c.o.v. Amicitia


 

Recensies

Een paar recensies:


(Uitvoering 19 november 2010)

Indrukwekkend Requiem door Amicitia

In een uitverkochte Kerk de Burght konden we afgelopen vrijdag genieten van een geweldige uitvoering van het Requiem van Verdi. Het koor werd begeleid door Begeleidingsorkest Continuo. Voor aanvang van het concert legde voorzitter Henk van Dijkhuizen uit dat speciaal dit werk de keuze was van dirigent Toon de Graaf, dit jaar 25 jaar dirigent van oratoriumkoor Amicitia.

Verdi, componist van o.a veel opera's, bekend van het werken met veel dramatische contrasten heeft dit ook toegepast in het Requiem. In zijn tijd noemde men het Requiem ook wel gekscherend een opera in een religieus jasje.

Bij het Introitus klinkt het koor, a-capella, of alleen begeleid door strijkers, heel ingetogen, uitmondend in het Kyrie eleison, waarin het kwartet een mooie eenheid vormt met het koor.

Bij het Dies irae gaan alle remmen los! De koperblazers bereiden met hun ritmische herhalingen de dag van de toorn voor, het koor volgt. Een groot fortissimo wordt gevolgd door een pianissimo waarin de angst weerklinkt. Verdi weet de contrasten tot in de finesses uit te werken en had bij dit werk vast een enorm grote concertzaal voor ogen. Maar….ook na dit hevige geweld zit het dak van De Burght er nog op!

De bas Nanco de Vries en de alt Margareth Beunders, beiden een opvallend warm timbre soleren na al dit geweld in een mooi verstild, verhalend stukje , waarna het koor nogmaals het Dies irae ten gehore brengt. Ook bij het Rex tremendis en het Salvas gratis komen de zo duidelijke tegenstellingen in volume ruim aan bod. Hierbij valt op dat het orkest en het koor goed aan elkaar gewaagd zijn. Vrijwel overal is het koor nog boven het orkest uit te horen. In het duet Recordare Jesu pie door alt en sopraan Marjorie Ginczinger wordt geappelleerd aan het lijden van Jezus voor de kwijtschelding voor de dag van afrekening. De tenor Marten Smeding zingt met volle overtuiging het weeklagen, de hobo begeleidt, gevolgd door steeds meer blazers en strijkers. Bij het Confutatis van de bas horen we o.a de piccolo die als het ware de spelende vlammen uitbeeldt. Het kwartet vormt samen met het koor weer een mooie afsluiting voordat de pauze begint.

Het Offertorium wordt ingeleid door de strijkers. Bij deze groep valt in het begin wat op de zuiverheid aan te merken, maar allengs vindt men elkaar weer. Het Domine Jesu Christe gezongen door het kwartet klinkt door het gebruik van de 6/8ste maat als een soort troostend wiegeliedje, maar de tekst is wel wat anders: een smeekbede om de gestorvenen te redden van de hel. In dit gedeelte schittert de sopraan hier heel ijl en ingetogen boven de anderen van het kwartet uit. Bij de fuga van het Sanctus volgt zowel koor als orkest de duidelijke slag van de dirigent, hetgeen resulteert in een doorzichtig stuk muziek waar alle partijen duidelijk te volgen zijn. De strijkers spelen er soepel tussendoor en het orkest eindigt met een chromatische op-en neergaande lijn eindigend in de lijn omhoog! In het unisono gezongen Agnus Dei worden de sopraan en alt mooi begeleid door het orkest waarin de hobo en fluitpartij er duidelijk uitspringen. Bij het Libera me lopen je de rillingen door het lijf. Het koor fluistert de te zingen tekst bijna, de sopraan zingt dit gedeelte heel doorleefd; schreeuwt het als het ware uit van angst voor de dood, zonder dat het goedkoop drama wordt. Nog één keer horen we het fortissimo in het Dies irae met de paukenslagen, gevolgd door de fuga van het Libera me. En zo eindigt dit enerverende Requiem uiteindelijk net zo piano als het begon. Lang hield de stilte aan voordat het publiek in gejuich losbarstte!


(Uitvoering 20 november 2009)

Vrijdagavond 20 november j.l. gaf de christelijke oratoriumvereniging Amicitia haar jaarlijkse grote concert. In de uitverkochte kerk De Burght in Uithoorn presenteerde het koor het Stabat Mater van Joseph Haydn en het Requiem van Wolfgang Amadeüs Mozart.

Het Requiem had het koor dit voorjaar ook al met veel succes gezongen in Berlijn, tijdens een geslaagde koorreis. Nu kon men dan aan het eigen publiek laten horen hoe het in Berlijn moet hebben geklonken.

Voor de pauze klonk echter eerst een heel ander stuk. Het Stabat Mater is een lang gedicht in het Latijn, waarin stilgestaan wordt bij het leed dat Maria gevoeld moet hebben, staande bij het kruis waaraan haar zoon was gehangen. Veel componisten hebben dit stuk op muziek gezet, onder wie ook Joseph Haydn in 1767. Al is de versie van Haydn niet de meest bekende, het stuk is zeker de moeite waard om te beluisteren. Een groot aandeel was weggelegd voor de solisten: de sopraan Ellen Schuring, alt Margareth Beunders, tenor Ludwig van Gijsegem en bas Frans Fiselier. Zij vormden een prachtig kwartet: de heldere, natuurlijke sopraanstem, de warme en donkere alt, de krachtige en toch soepele bas. Alleen tenor van Gijsegem wist niet te overtuigen, in tegenstelling tot wat we van hem gewend zijn. Zijn stem is prachtig, maar klonk wat zwak; mogelijk was hij niet in goeden doen die avond. Jammer, maar zoiets kan iedereen overkomen.

Dirigent Toon de Graaf leidde het koor en het begeleidingsorkest Coninuo met strakke hand. Dat was ook wel nodig, want de orkestmusici lieten hier en daar wel een steekje vallen. Voor hen was het dan ook geen dagelijkse kost, deze muziek. Zij werden aan het orgel ondersteund door Eric Jan Joosse, tevens vaste repetitor van Amicitia.
Bij Amicitia viel de goede koorklank op en de zuiverheid. De tekst werd doorleefd gebracht, bijvoorbeeld bij de woorden dat ‘een zwaard door het hart van Maria sneed’. Hier en daar kon men merken dat het voor het koor moeilijk was om ineens weer goed in te zetten, na een lange aria van de solisten. Maar het geheel klonk goed en overtuigend.
Haydn laat zijn Stabat Mater blij eindigen in een slotkoor waarin de hoop op het hemels paradijs wordt bezongen. Dit werd stralend en uit volle borst gezongen.

Het Requiem dat na de pauze ten gehore werd gebracht, zal voor de meeste toehoorders toch wel het hoofdbestanddeel van de avond gevormd hebben. Wie de film ‘Amadeus’ heeft gezien, heeft de klanken en beelden daaruit voor altijd in het hoofd bij het horen van dit stuk. Toon de Graaf koos de tempi behoorlijk vlot, maar het liep nergens uit de hand. Ook in de moeilijke fuga’s bleef de koorklank doorzichtig en waren de afzonderlijke partijen goed te onderscheiden, vooral wanneer het thema door één der stemmen opnieuw werd ingezet. De solisten waren opnieuw van grote klasse en het koor deed niet voor hen onder. Het ‘Dies Irae’ klonk zeer fel en dynamisch. In het zachtere ‘Lacrimosa’ kwam even de zuiverheid in gevaar, maar dat deel eindigde weer met een stralend ‘Amen’. Het was genieten, van begin tot eind! De muziek deed de harde kerkbanken vergeten. Toen de laatste maal het ‘Lux perpetua luceat eis’ – het eeuwige licht verlichte hen – was verklonken, bleef het even stil. Daarna barstte een zeer verdiend applaus los.
Dirigent de Graaf onderbrak na enige tijd dit applaus om een toegift aan te kondigen, het ‘Ave Verum Corpus’, ook van Mozart, waarop de zaal reageerde met een verrukt: "Ohhh!" Al met al mag Amicitia terugkijken op een zeer geslaagde avond.

Willy Rullmann


Uitvoering 14 november 2008: King Arthur van H. Purcell; de recensie vindt u hier.


Uitvoering 14 maart 2008: Johannes Passion; de recensie vindt u hier.


(Uitvoering 9 november 2007)

Amicitia weet te ontroeren

Uithoorn - Vrijdagavond 9 november j.l. bracht de Christelijke Oratorium Vereniging Amicitia in De Burght een programma ten gehore, dat als verbindend thema had: verdriet en troost. Hoogtepunt daarin was ‘Ein deutsches Requiem’ van Johannes Brahms. Dit requiem onderscheidt zich in twee opzichten van het gebruikelijke: er wordt in het Duits gezongen in plaats van in het Latijn, en Brahms heeft een heel andere tekst gekozen om op muziek te zetten. In de Latijnse requiemmis wordt voornamelijk gebeden voor het zielenheil van de overledene. In de Bijbelpassages die Brahms gebruikt, staat de troost voor de achterblijvenden centraal. En Amicitia zong deze teksten met een overgave en zeggingskracht, die de toehoorders wisten te raken.

Maar het duurde wel even, voordat het zover was. Het Requiem werd na de pauze uitgevoerd. Voor de pauze stonden twee andere werken op het programma. Geopend werd met een cantate van Johann Sebastian Bach, nr. 56: ‘Ich will den Kreuzstab gerne tragen’. Het thema van deze cantate is de levensweg, die gekenmerkt wordt door moeite en verdriet, en het troostende uitzicht van het hiernamaals. Het grootste deel van de cantate is voor bariton-solo en orkest, slechts aan het eind zingt het koor een koraal. De bariton, Kees van Hees, had af en toe moeite om boven het orkest uit te komen. Het kamerorkest Continuo, dat koor en solisten begeleidde deze avond, was weliswaar in dit eerste stuk uitgedund maar het had nog wel kleiner gemogen. Het mooist was de aria waarin de solist werd begeleid door alleen een hobo, een fagot en het orgel, op vakkundige wijze bespeeld door Eric-Jan Joosse.

In het tweede stuk voor de pauze werd aan de sopraan Marjorie Ginczinger de gelegenheid geboden om te schitteren in de troostrijke sopraan-aria ‘Höre, Israël’ van Felix Mendelssohn Bartholdy (uit ‘Elias’). En schitteren deed ze. Haar stem, met een volle en stralende klank, maakte grote indruk. Hoewel het orkest nu groter was, had zij geen enkele moeite om hoorbaar te blijven.

Na de pauze kwam Amicitia dus eigenlijk pas echt in actie. En hoewel het niet eenvoudig is om als zangers zo lang je concentratie te bewaren, leverde het koor een prima prestatie onder leiding van de vaste dirigent Toon de Graaf, en opnieuw met repetitor Eric-Jan Joosse aan het orgel. Het koor zong zuiver en mooi gelijk, met veel aandacht voor de uitspraak en de dynamiek. Wat mij betreft bracht het tweede deel, ‘Denn alles Fleisch es ist wie Gras’, een aantal kippenvelmomenten teweeg.
Bariton Kees van Hees leek in het Requiem meer op dreef dan voor de pauze, al miste hij een paar maal de hoogste noten, en Marjorie Ginczinger straalde nog net zo. Het orkest begeleidde goed; alleen in de opening ging er kennelijk iets fout, waardoor het vals klonk. Misschien was het orkest ook nu wat aan de luide kant; mogelijk hadden alleen mensen die meer voorin de kerk zaten daar last van.
De klank van de verschillende koorgroepen was over het algemeen prima. De sopranen bereikten grote hoogten, al was dat uiteraard moeilijker wanneer zacht gezongen moest worden. De alten hadden een mooie en zuivere klank, en ook de bassen waren goed. Alleen de tenoren klonken niet homogeen in solo-passages. Maar al met al was het dik in orde. In emotionele zeggingskracht schoot het koor niets tekort. Alle uitvoerenden werden dan ook aan het slot beloond met een daverend applaus uit de volle zaal.

Willy Rullmann


(Uitvoering 14 november 2006)

Italiaans pathos, Duitse diepgang en Engelse romantiek met Amicitia

Het jaarlijkse concert van Amicitia is steeds weer een feest. Nu was het extra feest, want het koor viert zijn 50-jarig bestaan. Een heel bijzonder feestelijk tintje was de kleurige wandversiering die boven het koor was aangebracht. De hoofdkleuren blauw, oranje en groen gaven mij een blij gevoel van verbinding tussen veelkleurige eigenheid. De burgemeester van Uithoorn was aanwezig om het koor te feliciteren en te verblijden met de koninklijke erepenning. Goed te weten dat de overheid sympathiseert met Amicitia. De voorzitter nam de penning en gelukwensen glunderend in ontvangst. Zijn aantekeningen inspireerden hem uit te spreken dat hij blij verrast was, wat de toehoorders een vrolijke grinnik ontlokte. Maar inderdaad, het is een gelukwens waard dat dit koor in 50 jaar uitgroeide tot een hoogstaand amateur gezelschap. Dit feestconcert demonstreerde Amicitia wederom in kwaliteit te zijn gegroeid. Opvallend vond ik vooral de sterk verbeterde dynamiek, die vooral in de Messa di Gloria van Puccini voor het noodzakelijke dramatische effect zorgde.

Het programma ontbeerde dit keer een rode draad, althans heb ik die niet kunnen ontwaren. Of het zou moeten zijn, dat de als altijd weer uitblinkende Toon de Graaf wilde laten horen hoe goed zijn koor inmiddels de verschillende stijlen aan kan.

Als eerste werk stond de Messa di Gloria van Puccini op het programma. Op zich al een verrassing, een geestelijk werk van een componist die beroemd werd met zijn opera’s. Hij schreef de mis in 1880 op 22 jarige leeftijd, een jeugdwerk dus. Uit de partituur haal ik de informatie dat hij de mis schreef als een soort afstudeerscriptie en als een ode aan de familie Puccini (vandaar de nadruk op gloria?), die zich tot dan 4 generaties lang had gewijd aan de sacrale muziek. Ik vind het een meesterlijke ode en de operacomponist is er al helemaal in herkenbaar. Zo riepen de eerste openingsmaten herinnering bij me op aan de sfeer van de mansarde in La Bohème. Zijn melodievorming maar ook zijn manier van orkestreren, die zijn opera’s zo kenmerken, waren hier ook al volop aanwezig. Het koor moest soms fiks optornen tegen de storm van het vele koper. Ook zijn er veel dramatische accenten, die vooral worden bereikt door contrasterende modulaties, dynamische accenten en het rallentando. Toon de Graaf voelde dat aan als een volleerd operadirigent en het koor wist zijn opvatting ook meesterlijk te vertolken en te volgen. Mij vielen de prachtige dynamische contrasten op. Weer een reuze groeistap! Hier wordt samen gemusiceerd.

Het hoogtepunt van de mis is duidelijk het Gloria met zijn aanstekelijke melodie, een meezinger haast. Heel mooi vond ik de inzetten van het koor bij het Sanctus. De bas/bariton Julian Hartman beviel me zeer, ook in de kantate van Bach en de 5 Mystical Songs van Vaughan Williams; een mooie diepe, dragende stem met een mooi hoog register. Hij was ook goed te verstaan en zijn frasering is mooi. De tenorpartij in Puccini en Bach werd vertolkt door Robert Lutz, die inviel voor Marten Smeding. Een stem met een mooi middenregister, maar helaas weinig glans in de hoge noten.

Ik genoot weer volop van de magistrale diepgang en kracht van de muziek van Bach. De eerste tonen van Wachet auf, ruft uns die Stimme geven me dat kippevel, dat die muziek me zo vaak geeft. De mooie rustige, maar toch stuwende pas in het gepuncteerde ritme en de langgerekte noten van de sopranen op “der Wächter sehr hoch auf der Zinne”, terwijl de lagere stemmen daaronder snellere figuren maken. Opwindend gewoon. De enige vrouwelijke solist van de avond, de sopraan Frederike Schenk, mocht met Julian Hartman de beide aria’s zingen. Bij het “Wann kommst du, mein Heil?” viel de moeilijke, mooi gespeelde vioolsolo van de concertmeester op. Tegen de prachtige stem van Hartman stak de stem van Frederike Schenk wat dunnetjes af. Maar in de tweede aria genoot ik van de souplesse van haar stem.

De Mystical Songs van Vaughan Williams verrasten me, omdat ik aan de hand van het klavieruittreksel niet echt geboeid kon raken. Maar de mooie orkestratie doet wonderen. Een prachtige rol was toebedeeld aan de harp, die het ontwaken in het eerste lied “Easter” schitterend uitbeeldde. Deze liederen lagen Amicitia goed, want op alle fronten werd geschitterd. Mooi het aanzwellende “Rise heart” in het eerste lied, de prachtige zoemkoren, vooral in het derde lied “Love bade me welcome”. Ook was ronduit schitterend hoe het koor de rol van het orkest overnam in het 5de lied “Antiphon”. Wat kan voor een dergelijk geinspireerd zingend koor mooier zijn te zingen aan het slot van dit feestelijke jubileumconcert dan “Let all the world in every corner sing”? Wederom een heerlijke muzikale avond. Dank Amicitia!

(Paul Steinhauser)


(Uitvoering 14 november 2006)

Jubileumconcert Amicitia

50 jaar Amicitia, dat is een reden om groot uit te pakken. Wie het concert heeft bijgewoond kan met recht stellen dat er groot uitgepakt is. Voor de aanvang van het concert roemde burgemeester Groen het koor om de grote culturele waarde voor de gemeente Uithoorn. De Christelijke Oratoriumvereniging Amicitia voert ieder jaar een groot muzikaal werk uit met orkestbegeleiding. Ook voor dit concert dat in de Burcht werd uitgevoerd bestond veel publieke belangstelling.

Om het jubileum luister bij te zetten werd Amicitia vereerd met een Koninklijke erepenning, overhandigd namens de Commissaris van de Koningin aan de voorzitter Henk van Dijkhuizen. Verrast toonde de voorzitter de penning aan publiek en koor en sprak een dankwoord uit voor deze bijzondere blijk van waardering. Bijna 80 leden repeteren elke maandag onder de bezielende leiding van Toon de Graaf, bijgestaan door repetitor en superbegeleider Eric Jan Joosse. Zij weten het koor te inspireren en, zo mochten wij 14 november ervaren, tot grote muzikale hoogten te brengen.

Op het programma stonden werken uit verschillende periodes. Het concert werd geopend met de Messa di Gloria van Puccini. Een werk dat qua muziekstijl veel weg heeft van een opera. Na het inleidende spel van de strijkers,die bij aanvang wat moeite hadden om tot één klank te komen, zette het koor in met het Kyrie, gevolgd door het feestelijke Gloria in excelsis Deo. Aan het eind van het Gloria kwamen in de fuga alle stemmen goed tot hun recht, de muziek ging a.h.w. over in een grote golvende beweging naar een climax. In het Credo was in de zachtere gedeeltes de samenklank goed, bij de luidere gedeeltes kwam in het orkest met name het koper nogal op de voorgrond, waardoor het koor moeite had hier bovenuit te komen. De tenor Robert Lutz -die op het laatste moment moest invallen- en basbariton Julian Hartman namen de solo’s voor hun rekening en zongen in het Credo afwisselend met het koor. Het Agnus Dei werd ook door deze solisten schitterend gezongen, het koor echode als het ware en na het Dona nobis pacem stierven de klanken langzaam weg. Het duurde even voordat het publiek durfde applaudisseren..

Na de pauze stond Cantate 140 “Wachet auf, ruft uns die Stimme” van J.S.Bach op het programma. Zoals in het begin de verschillende stemgroepen van het koor elkaar a.h.w. een beetje moesten opzoeken, zo evenwichtig werd het slotkoraal gezongen. In deze cantate had de sopraan Frederike Schenk een belangrijke rol. Samen met Julian Hartman soleerde zij in 2 duetten waarin zij met haar mooie stem technisch goed zong maar in de ruimte van de kerkzaal niet volledig tot haar recht kwam.

Het concert werd besloten met de Five Mystical Songs, teksten van de dichter George Herbert die in 1911 op muziek werden gezet door Vaughan Williams. Deze muziek ademde weer een geheel andere sfeer dan de voorafgaande werken. Het eerste gedicht “Easter werd heel dynamisch gezongen. Het koor en de bariton wisselden elkaar hierbij af.

Bij het 2e gedicht viel het schitterende spel van de harp en de houtblazers bij de baritonsolo op. Bij deze hele gedichtencyclus was het orkest trouwens helemaal in vorm. Het leek nu de echte balans gevonden te hebben. De bariton ontroerde het publiek bij het 4e gedicht. Als je zulke muziek kunt schrijven moet je wel een gevoelsmens zijn. Het was een goede keus om het concert met dit werk van Vaughan Williams te besluiten. Met de antifoon: “Laat heel de wereld zingen” kwam het koor volledig tot zijn recht en maakte hiermee een jubelend slot.

50 jaar Amicitia ! In die tijd is heel wat gebeurd. Laten we hopen dat er nog veel mooie concerten volgen!

Guusta Mathlener


(Uitvoering 7 april 2006)

C.O.V. Amicitia zingt de Johannes-Passion

Mijdrecht-Wilnis – Op vrijdagavond 7 april heeft de Christelijke Oratoriumvereniging Amicitia in de R.K. Kerk St. Johannes de Doper de Johannes-Passion van Johann Sebastian Bach uitgevoerd. Amicitia werd begeleid door het kamerorkest Continuo. Als solisten werkten mee Nienke Oostenrijk, sopraan; Martine Straesser, alt; Ludwig van Gijsegem, tenor-evangelist; Robert Luts, tenor-aria’s; Math Dirks, bas-Christuspartij; Hans de Vries, bas-aria’s. Het orgel werd bespeeld door de vaste repetitor van Amicitia, Eric Jan Joosse. De Johannes-Passion werd uitgevoerd onder leiding van dirigent Toon de Graaf.

Op de dag af 282 jaar na de eerste uitvoering op Goede Vrijdag 7 april 1724 werd om acht uur het eerste koor “Herr, unser Herrscher” ingeleid met een beklemmende ouverture van het orkest, het schrille duet van de houtblazers boven een golfbeweging van zestienden door de violen en dreigend hameren van de bas. Niet alleen de zang vertelt, de muziek ook. Het dreigende onheil werd al meteen voelbaar. Bij de inzet bleek dat het koor nog wat op stoom moest komen, waardoor de aanroep “Herr” wat ongelijk was en meer vertwijfeld klonk dan bedoeld.
Ludwig van Gijsegem zong niet alleen de evangelist, hij was het ook. Met expressie reciteerde hij het lijdensverhaal, bijgevallen door solisten en koor.
Toen het koor in de rol van menigte antwoordde op de vraag van Jezus: “Wie zoeken jullie?”, volgde een horde over elkaar heen buitelende tempelsoldaten, priesters en farizeërs, die door elkaar heen riepen dat zij Jezus van Nazareth zochten, waardoor de menigte nog dreigender overkwam.
Met het koraal “Petrus, der nicht denkt Zurück” eindigde, voor menig toehoorder onverwacht, het eerste deel en volgde de pauze op het moment en in plaats van de prediking.

Na de pauze bracht het koor ons met het mooi gezongen koraal “Christus, der uns selig macht” direct weer terug in het lijdensverhaal. In de voorgeleiding van Jezus aan Pilatus wisselden evangelist, solisten en koor elkaar puntig, transparant en trefzeker af. Het verhoor, het opzwepen, en de roep om veroordeling kregen een voelbare zeggingskracht. Het was alsof het zich voor je ogen afspeelde. In de volgende aria voor bas en koor klonk het “Wohin” van het koor niet gelijk en ook niet steeds helemaal zuiver. Dit voegde aan deze aria een extra accentuering toe van de grote verwarring in de menigte. Over de wenselijkheid van deze extra accentuering zijn de meningen overigens verdeeld. Nadat Math Dirks als Jezus “Es ist volbracht!” had gezongen, volgde een moment van werkelijk bewegingloze stilte. Zelfs de banken kraakten niet! De aria “Mein teurer Heiland” door bas Hans de Vries en koor was adembenemend mooi, evenals het koor “Ruht wohl” en het direct volgende slotkoraal “Ach Herr, lass dein lieb Engelein”, dat door velen als een van de hoogtepunten in de Johannes-Passion wordt gezien.

De Johannes-Passion is in woord, zang en instrument een vertelling. Beschouwd als concert hebben koor, solisten en orkest een mooie en professionele uitvoering neergezet onder leiding van de als vanouds inspirerende dirigent Toon de Graaf. Er zijn eigenlijk geen echte kritiekpunten. Beschouwd als vertelling is de Johannes-Passion zo perfect, zo mooi, zo indringend voorgedragen, dat de toehoorders de Passion niet alleen beluisterd, maar ook beleefd hebben.

(Paul Steinhauser)


(Uitvoering 7 april 2006)

C.O.V. Amicitia zingt de Johannes-Passion

Mijdrecht-Wilnis – Op vrijdagavond 7 april heeft de Christelijke Oratoriumvereniging Amicitia in de R.K. Kerk St. Johannes de Doper de Johannes-Passion van Johann Sebastian Bach uitgevoerd. Amicitia werd begeleid door het kamerorkest Continuo. Als solisten werkten mee Nienke Oostenrijk, sopraan; Martine Straesser, alt; Ludwig van Gijsegem, tenor-evangelist; Robert Luts, tenor-aria’s; Math Dirks, bas-Christuspartij; Hans de Vries, bas-aria’s. Het orgel werd bespeeld door de vaste repetitor van Amicitia, Eric Jan Joosse. De Johannes-Passion werd uitgevoerd onder leiding van dirigent Toon de Graaf.

Op de dag af 282 jaar na de eerste uitvoering op Goede Vrijdag 7 april 1724 werd om acht uur het eerste koor “Herr, unser Herrscher” ingeleid met een beklemmende ouverture van het orkest, het schrille duet van de houtblazers boven een golfbeweging van zestienden door de violen en dreigend hameren van de bas. Niet alleen de zang vertelt, de muziek ook. Het dreigende onheil werd al meteen voelbaar. Bij de inzet bleek dat het koor nog wat op stoom moest komen, waardoor de aanroep “Herr” wat ongelijk was en meer vertwijfeld klonk dan bedoeld.
Ludwig van Gijsegem zong niet alleen de evangelist, hij was het ook. Met expressie reciteerde hij het lijdensverhaal, bijgevallen door solisten en koor.
Toen het koor in de rol van menigte antwoordde op de vraag van Jezus: “Wie zoeken jullie?”, volgde een horde over elkaar heen buitelende tempelsoldaten, priesters en farizeërs, die door elkaar heen riepen dat zij Jezus van Nazareth zochten, waardoor de menigte nog dreigender overkwam.
Met het koraal “Petrus, der nicht denkt Zurück” eindigde, voor menig toehoorder onverwacht, het eerste deel en volgde de pauze op het moment en in plaats van de prediking.

Na de pauze bracht het koor ons met het mooi gezongen koraal “Christus, der uns selig macht” direct weer terug in het lijdensverhaal. In de voorgeleiding van Jezus aan Pilatus wisselden evangelist, solisten en koor elkaar puntig, transparant en trefzeker af. Het verhoor, het opzwepen, en de roep om veroordeling kregen een voelbare zeggingskracht. Het was alsof het zich voor je ogen afspeelde.
In de volgende aria voor bas en koor klonk het “Wohin” van het koor niet gelijk en ook niet steeds helemaal zuiver. Dit voegde aan deze aria een extra accentuering toe van de grote verwarring in de menigte. Over de wenselijkheid van deze extra accentuering zijn de meningen overigens verdeeld. Nadat Math Dirks als Jezus “Es ist volbracht!” had gezongen, volgde een moment van werkelijk bewegingloze stilte. Zelfs de banken kraakten niet! De aria “Mein teurer Heiland” door bas Hans de Vries en koor was adembenemend mooi, evenals het koor “Ruht wohl” en het direct volgende slotkoraal “Ach Herr, lass dein lieb Engelein”, dat door velen als een van de hoogtepunten in de Johannes-Passion wordt gezien.

De Johannes-Passion is in woord, zang en instrument een vertelling. Beschouwd als concert hebben koor, solisten en orkest een mooie en professionele uitvoering neergezet onder leiding van de als vanouds inspirerende dirigent Toon de Graaf. Er zijn eigenlijk geen echte kritiekpunten. Beschouwd als vertelling is de Johannes-Passion zo perfect, zo mooi, zo indringend voorgedragen, dat de toehoorders de Passion niet alleen beluisterd, maar ook beleefd hebben.

Jaap Rietdijk


Amicitia veert op bij Halleluja

Op 22 november 2005 vond weer het langverbeide jaarlijkse optreden plaats van Amicitia. Dit keer reikte de ambitie van Toon de Graaf en zijn koor naar de top van wat er aan meesterlijke koorwerken tot stand werd gebracht: Händel’s Messiah. Het koor heeft in de afgelopen jaren getoond niet terug te deinzen voor een hoogstandje en dat ook aan te kunnen.

Händel heeft dit werk in één adem neergeschreven. In 22 dagen stond het op papier. Het resultaat was niet een afgeraffeld gelegenheidswerkje, maar een uitzonderlijk geïnspireerd en geniaal muziekwerk. Dit verklaart de compositorische eenheid en spanningsboog. Händel heeft zich in de woorden van de bijbel ingeleefd, die hem in een soort trance brachten. Hij heeft die inspiratie zelf beleefd als een intense nabijheid van de Schepper. Hij was tot tranen geroerd toen hij het tweede deel afsloot met het Halleluja en verklaarde dat het was alsof de hemel zich voor hem had geopend en hij de Schepper in zijn volle glorie aanschouwde. Als je dit tot je door laat dringen, dan voel je de majesteit van de Schepper en de kracht van het King of Kings, Lord of Lords. De Engelse koning zal zich hier vast nederig bij gevoeld hebben. Ook deze avond gebeurde er iets bijzonders in de energie toen het Halleluja werd ingezet. Net als Händel door de inspiratie over een moeilijk moment in zijn leven heen kwam, zo tilde de emotie van het Halleluja koor en orkest heen over een moeilijk moment in de uitvoering. Daar stond ineens weer het vertrouwde Amicitia, blakend van zelfvertrouwen en met glans op de stem. De zaal rees op uit de stoel om dit machtige moment te bekrachtigen. Was het de bijzondere kracht van Händel’s inspiratie die Toon de Graaf er toe bracht zich in één vloeiende beweging tot zaal en koor te wenden, alsof ze één geheel vormden? Vanaf dat moment stond de uitvoering op een hoger plan en kon iedereen na afloop huiswaarts gaan in het besef iets bijzonders te hebben ervaren.

Toon de Graaf schreef in het programmaboekje dat een aantal zangtechnische moeilijkheden overwonnen moest worden met de nadruk op de snelle colloraturen. Nou, het koor overwon met name die moeilijke colloraturen op indrukwekkende wijze. In alle geledingen van het koor liepen de snelle loopjes en figuren gesmeerd en ritmisch. Maar toch miste ik vóór de pauze het gebruikelijke elan; was het de spanning voor de extra moeilijkheden? Het zou ook kunnen dat de afstand tussen koor en dirigent groter was dan tijdens de repetities vanwege de aanwezigheid van het orkest.

Maar toch viel er ook vóór het Halleluja veel te genieten, niet in het minst van de als vanouds magistrale Ludwig van Gijsegem. Niet alleen een pracht stem, maar ook een zanger met expressie, die een dimensie toevoegt aan de noten. Zoals hij het “Comfort ye” aan het begin neerzet: kippenvel. Zijn uitspraak van het Engels was ook heel fraai (dat was bij het koor soms wel eens erg Nederlands). Ook Nienke Oostenrijk (sopraan) – met een gedurfde hoge c als versiering in haar “Rejoice” - en Frans Fiselier (bas) zongen hun partijen mooi, maar hij spande de kroon. Helaas was Myra Kroese (mezzo), die in voorgaande jaren zo’n indruk maakte, slecht bij stem; ze miste diepte en kracht. Hopelijk is het een tijdelijke terugval. Enthousiast ben ik over de sopranen van het koor en met name over de open, volle en zuivere klank die ze ook in het hoge register neerzetten. Ook toen ze in twee groepen gesplitst werden voor “Lift up your heads”, wisten ze dit vol te houden. Het “For unto us a Child is born” was een van de hoogtepunten voor de pauze. Ritmisch, goed verstaanbaar, vlekkeloze loopjes; hulde. Een punt van aandacht blijven de nuances tussen hard en zacht. Dat is in de barok extra belangrijk, want daardoor winnen de herhalingen en exclamaties aan zeggingskracht. Het koor sloot prachtig naadloos aan met “Glory to God” op het “and suddenly there was with the angel a multitude of the heavenly host, praising God and saying:” van de sopraan. Ik heb ook genoten van de a capella stukken in het derde deel en van het magistrale “amen” tot slot. En passant gaf Toon de Graaf ook een indrukwekkende demonstratie van zijn grote vakmanschap toen hij een forse ontsporing van het koor schijnbaar moeiteloos op de rails wist te krijgen.

Wederom grote dank aan alle leden van het koor, Toon de Graaf en Eric Jan Joosse voor deze avond met zo veel heerlijke muziek en emoties. De ambitie van het koor is zo groot, dat ik haast zou vergeten dat het slechts de liefde voor de muziek is die ieder tot deze o zo grote inzet brengt. En dat besef vergroot mijn bewondering. Ik ga me nu al verheugen op volgend jaar.

(Paul Steinhauser)


Messiah, een door Amicitia prachtig uitgevoerd meesterwerk

Uithoorn - Dinsdagavond 22 november heeft de christelijke oratoriumvereniging Amicitia in de kerkzaal van De Burght het oratorium Messiah uitgevoerd. Amicitia werd begeleid door het kamerorkest Continuo. Als solisten werkten mee de sopraan Nienke Oostenrijk, de alt Myra Kroese, de tenor Ludwig van Gijsegem en de bas Frans Fiselier. Het orgel werd bespeeld door de vaste repetitor van Amicitia, Eric Jan Joosse. Messiah werd uitgevoerd onder leiding van dirigent Toon de Graaf.

Om acht uur begon een feest van muziek, solo- en koorzang dat ongeveer drie uur zou duren.
Vanaf de ouverture tot aan het machtige amen van het slotkoor werden we door orkest, koor en solisten meegenomen door de geschiedenis in vier delen van de aankondiging van de Messias, diens leven, lijden, sterven en opstanding, en de verlossing. Een geschiedenis toongegeven in een afwisseling van ingetogenheid en machtig gejuich, de heldere waterval van tonen van de sopraan, de warme stem van de alt, de mooie dynamiek van de tenor, de machtige stem van de bas, de professionele en stemmige begeleiding van orgel en orkest.

Messiah is geen eenvoudig uit te voeren oratorium. Niet voor solisten en koor, noch voor het orkest. De dirigent schrijft in de inleiding in het programmaboekje dat vooral de snelle colloraturen in een aantal delen lastig zijn. “Amicitia heeft ervoor gekozen om deze moeilijkheden niet uit de weg te gaan”.
Het koor is deze moeilijkheden inderdaad niet uit de weg gegaan, en dat het moeilijk was, werd ook twee keer hoorbaar doordat koor en orkest even los van elkaar kwamen. Beide keren werd dat onder de professionele leiding van de dirigent meteen weer opgevangen, waardoor het niet echt stoorde. In het koor “For unto us a child is born” ging het maar net goed. Ook het orkest raakte hier en daar ietsje uit het spoor, wat net hoorbaar werd bij de enigszins ongelijke inzet van het slotkoor “Worthy is the Lamb”, alsof enkele orkestleden door de inzet werden overvallen. Aan de magistrale dynamiek van het slotkoor deed de misschien wat rafelige eerste toon overigens niets af. Mooi gedragen zong het koor “Behold the Lamb of God”. Puntig en strak “Lift up your heads” met de mooie afwisseling van de meerstemmige zang van sopranen en alten en die van tenoren en bassen met de volle koorbezetting. Na een subtiele aansporing van de dirigent werd “Hallelujah” door de toehoorders staande beluisterd, zoals vrij algemeen wordt gedaan in navolging van de Koning van Engeland bij de allereerste uitvoering. Mede hierdoor was “Hallelujah” bijna overweldigend. De toehoorders werden als het ware in het lied gezogen.
Het eerste koor van het derde deel “Since by man came death” begint a-capella, waarbij twee maal naar een machtig crescendo wordt toegezongen. Zonder de steun van enig instrument is het koor op toon gebleven, wat kon worden vastgesteld na het invallen van het orkest. Bijzonder indrukwekkend, bijzonder mooi gecomponeerd, bijzonder mooi gezongen. In plaats van de moeilijkheden uit de weg te gaan, heeft Amicitia onder de professionele, sympathieke en inspirerende leiding van dirigent Toon de Graaf en repetitor Eric Jan Joosse de moeilijkheden duidelijk hoorbaar overwonnen! Messiah, een prachtig uitgevoerd meesterwerk, dat de wel erg hardhouten banken drie uur lang deed vergeten.

Met een minutenlange staande ovatie gaven de toehoorders blijk van hun grote waardering voor de muziek en de uitvoerenden. Een geslaagde uitvoering van Händels Messiah.

(Jaap Rietdijk)


(Uitvoering 16 november 2004)

Amicitia brengt ambitieus programma

Drie moeilijke stukken op één avond. De afgelopen jaren stelde ik telkens vast dat de kwaliteit van het koor groeide. Dat schrijf ik toe aan een groeiend zelfvertrouwen en een bezielende leiding. Toon de Graaf toonde met de programmering van het concert op 16 november 2004 dat hij kennelijk overtuigd is van de kwaliteit en capaciteit van Amicitia. Dit keer maar liefst drie belangrijke koorwerken met een hoge moeilijkheidsgraad op één avond. Het bijzondere van samen musiceren is het jezelf overstijgen door de bijzondere bezieling die uitgaat van het gezamenlijke. Dat geeft een gevoel van intens contact met jezelf en de ander en dat ontroert. Dat weten Toon en het koor op zo’n avond tot stand te brengen en dat ervaren en meevoelen maakt een concert van Amicitia voor mij tot een bijzondere gebeurtenis. Ook dit concert was zeer geslaagd, hoewel ik dat bijzondere dat ik zojuist beschreef pas kon voelen bij de mis in C-moll van Mozart.

Voor de pauze zong het koor de hymne “Hör mein Bitten Herr” van Mendelssohn en het Schicksalslied van Brahms. Beide werken behandelen het worstelen van de mens met de duisternis en de hunkering naar de hemelse rust en vrede. Mendelssohn staat altijd borg voor een goed geschreven stuk mooie muziek. De hymne is eigenlijk een stuk voor sopraan met koorbegeleiding. Een fijn stuk voor het koor, lijkt me, om deze zware avond mee te beginnen. Mendelssohn drukt met muzikale middelen uit waar de tekst over gaat. De twee dalende kwinten op Hör mein Bitten Herr paste hij vaker toe om de vragende mens te verbeelden. De triolen op “O könnt’ ich fliegen wie Tauben dahin” beelden de wiekslag van de duiven uit. Ellen Schuring, die al eerder met Amicitia optrad, nam de sopraanpartij voor haar rekening en ik genoot van haar mooie, krachtige en heldere stem en haar goede frasering. Het koor volgde in haar spoor na een onzekere start, maar de dreigende vijanden brachten het koor direct bij de les.

Toen het Schicksalslied. Daar ben ik iets minder over te spreken. Brahms is een romanticus die werkt met grote emotionele contrasten, die veel vragen van het koor en met name ook van het orkest. En het orkest was deze avond op enkele lessenaars toch wel erg zwak bezet. Zo speelde de hoorn een aantal malen ronduit vals en waren de violen nogal eens ongelijk. De paukenslag in het langzame deel begon me op den duur als te mechanisch en nadrukkelijk te irriteren. Daar moeten de gelukzaligen die in de hemel wandelen toch wel onrustig van zijn geworden. Het koor overwon de lastige passages goed. Ronduit prachtig was de passage “blühet ewig ihnen der Geist” en het stukje a capella “blicken in ewiger Klarheit”. Brahms verstaat de tekst van Hölderlin, waar hij het lot van de mens beschrijft, als een protest. Als een uitroep. In een prachtig gekozen tempo stuwde Toon het orkest en het koor naar het gescandeerde “Doch uns ist gegeben”, naar het krijsende “blindlings” en vervolgens naar het opwindende quasi syncopische “wie Wasser von Klippe zu Klippe geworfen”. Wat dit stuk zo moeilijk maakt is dat de emotie van Brahms vraagt om scherpe contrasten tussen zacht en hard en het vasthouden van de spanning bij een totale maat stilte voor koor en orkest. Dat is niet helemaal gelukt, maar toch was ik onder de indruk van wat het koor van dit moeilijke stuk wist te maken. Hoe zou het wel niet geklonken hebben met een goed ingespeeld en goed bezet orkest?

En dan na de pauze de C-moll mis van Mozart. Wat een genie, die Wolfgang en wat een geniaal stuk. Ook daar waar hij geïnspireerd is door Händel en Pergolesi, spreekt hij zijn eigen briljante en zeer muzikale taal. Daar kwam weer dat wonder tot stand van de vonk die overslaat en musici en publiek in vervoering brengt. Het koor liet vele hoogstandjes horen met voor mij als top in het Qui tollis het sublieme allemaal tegelijk een aangehouden toon subito piano zingen en het Hosanna in excelsis met zijn snelle figuren. Opwindend mooi. Bewondering voor de prestatie van de alt/mezzo Eleonora Volkerts, die vlak voor de uitvoering werd opgeroepen als invalster voor Myra Kroese. Een prachtige stem met een timbre van een counter tenor. Waarschijnlijk door te weinig repeteren werd ze af en toe door Ellen Schuring overstemd en was ze een keer een hele maat voor op het orkest. Ellen Schuring had hier trouwens ronduit een glansrol, die Mozart voor zijn Constanze heeft geschreven; ze was even Constanze die avond. Haar vertolking, samen met de fluit, van het Et incarnatus est trof mij het meest. Buitengewoon mooi vond ik het kwartet van de solisten in het Benedictus, waarin ook de beide mannen Jan van Elsacker, tenor, en Hans de Vries, bas, sterk voor de dag kwamen.

Al met al was het weer een avond met veel muziekplezier, waarvoor weer hulde aan koor en dirigent. Dank jullie wel.

Paul Steinhauser
21-11-2004


Concert C.O.V. Amicitia: Loep zuiver!

Wat is dit concert op16 november in De Burghtkerk prachtig begonnen!. De sopraan Ellen Schuring zong de eerste noten van “Hör’ mein Bitten , Herr” van Mendelssohn en ieder hield zijn adem in.

Men was totaal geïmponeerd door haar stem, al na 3 maten, en toen moest de rest van het muziekstuk nog volgen. Het koor en orkest waren bijzonder mooi in evenwicht met elkaar en wisten de dramatische spanning voor een ieder voelbaar te maken. Tot slot van dit stuk kon de toehoorder tot rust komen in de muziek zoals een duif, op de vlucht voor vijanden, een schuilplek vindt in de woestijn op een beschaduwde plaats.

Het Schicksalslied van Brahms was een geheel ander stuk, bijzonder moeilijk om te zingen. Ook hier bewees Amicitia dat het veel aan kan. Onder leiding van dirigent Toon de Graaf wist men het langzame tempo goed vast te houden en op toon te blijven. Als je koorleden spreekt zeggen ze : “Eigenlijk zou je hem eens moeten bezig zien, zijn gezichtsexpressie is bijzonder inspirerend!” Maar ook zonder dat uitzicht ben ik onder de indruk van zijn kwaliteiten! Het samenspel met het orkest : Philharmonia Amsterdam was warm! Vooral de koperblazers van het orkest waren een genot om naar te luisteren.

Na de pauze bracht men de Grosse Messe van Mozart, het stuk waar menig bezoeker toch wel naar uitkeek. Naast bovengenoemde sopraan , werkten alt/mezzo sopraan Eleonora Volkert, tenor Jan van Elsacker en bas/bariton Hans de Vries als solisten mee.
Het stuk vraagt veel van het koor , orkest en de solisten en laat in het bijzonder horen wat je allemaal met stemmen kunt doen. Knap van de koorleden om zoveel energie nog over te hebben aan het einde van de avond om dit muziekstuk zo te kunnen zingen.
Prachtig waren het Kyrie en het Gloria waarbij geen toon te hoog leek voor de sopranen van het koor. Het orkest lag dit stuk bijzonder goed en begeleidde prima, zonder te overheersen.
Het ingetogen Laudate, met de alt als soliste laat horen hoe prachtig een vrouwenstem kan klinken. Mozart weet dit in zijn muziek prachtig tot uiting te brengen.
Eric Jan Joosse achter het orgel was een vertrouwde basis om ook de sopraan het slot van het credo te laten zingen. Weer ademloos mooi zoals de hobo en de fluit antwoordden op haar sublieme zang.
De Grosse Messe eindigde met het Hosanna waarna de koorleden van Amicitia, het orkest, solisten en de dirigent een zeer welverdiend daverend applaus in ontvangst mochten nemen..

Henk van ’t Hoff.


(Uitvoering 2 april 2004)

Amicitia vertolkte Johannes Passion op uitstekende wijze in de St. Johannes de Doper.

Mijdrecht - De christelijke oratoriumvereniging Amicitia voerde twee jaar geleden voor het eerst de Johannes Passion uit in de St. Johannes de Doper in Mijdrecht. Door het grote succes besloot men dit jaar de traditie voort te zetten met een uitvoering op vrijdag 2 april.

De Johannes Passion behoort samen met de meer bekende Mattheus Passion tot de meesterwerken van Johann Sebastian Bach. Alleen is de strekking van beide Passionen geheel verschillend. In de Mattheus Passion wordt Christus uitgebeeld in zijn omgang met de discipelen bij het Avondmaal en zijn worsteling in de hof van Gethsemané. Christus is de leidende figuur. In de Johannes Passion is dat totaal anders en wordt Christus afgebeeld tegenover zijn rechters. Hij plaatst zich hier boven de wereldlijke macht en neemt een verdedigende en afwijzende houding aan.

Als tenorsolist was Bart de Kegel een buitengewoon goede keuze. Zonder het al gauw eentonig wordende verhalend zingen gaf Bart de Kegel zijn eigen insteek aan deze rol en wist het publiek tot het eind toe te boeien. Maar ook Math Dirks die de Christuspartij voor zijn rekening nam was indrukwekkend. De aria’s van sopraan Lisette Emmink en alt Martine Straesser waren hierbij goede tegenhangers. Bij de eerste aria van Lisette Emmink, als er nog geen oordeel uitgesproken is, klinkt de hoop en het vertrouwen duidelijk door. En gelaten als het volbracht is zingt Martine Straesser de aria met de bekende frase ”Der Held aus Juda siegt mit Macht” Sterk waren ook de aria’s van tenor Alex Vermeulen en bas Martijn Sanders. Maar ook bij het koor onder begeleiding van het kamerorkest Continuo komt duidelijk de kracht en de eenvoud naar voren. De opzwepende koralen over de beschuldiging van de joden en de krijgsknechten zijn indrukwekkend.

Het geheel werd ondersteund door Eric Jan Joosse met orgel. Dirigent Toon de Graaf vertelde dat gekozen is voor de Johannes Passion omdat dit ook met een kleiner koor gezongen kan worden. ”De laatste jaren wordt er meer aandacht aan de Johannes Passion besteed.”, aldus Toon de Graaf. De Mattheus Passion is lyrisch en devoot met een lijdende Jezus-figuur wat tot uitdrukking komt in de frase ”Kommt O Töchter helf mir klagen” De Johannes Passion is veel krachtiger en de evangelist breit het verhaal aan elkaar. In de Johannes Passion komen zowel aria’s als arioso’s voor. Aria’s zijn wat langere stukken in dichtvorm en arioso’s zijn korter en op proza. De koralen dienden oorspronkelijk voor het kunnen meezingen van de toehoorders en bestaan uit psalmen en gezangen.

Door de professionele solisten en orkest kwam het koor tot grote prestaties en vormde deze Passion een ontroerende bezinning op de komende Goede Week.

April 2004, correspondente Witte Weekblad Caroline Stroër.


(Uitvoering 2 april 2004)

Amicitia zingt prachtige Johannes Passion in Wilnis

We kennen vele tradities rond de passies van Bach in de lijdenstijd. Onder die tradities, die verbonden zijn aan een bijzonder gebouw, schaarde zich twee jaar geleden Wilnis met de Johannes Passion in zijn sfeervolle en goedklinkende Johannes de Doper kerk. Een vast punt in die traditie is c.o.v. Amicitia, een koor van zo’n 80 amateur-zangers onder de professionele leiding van Toon de Graaf. Vrijdagavond 2 april 2004 vond het tweede concert plaats in deze traditie. Het eerste concert, twee jaar geleden, staat me nog in het geheugen gegrift als een ontroerende uitvoering. Zou het nog mooier kunnen dan de vorige keer? Vol verwachting toog ik dan ook naar de Johannes de Doper. En laat ik u maar niet in spanning houden: het was prachtig en wat heb ik genoten.

Maar dat zag er in het begin niet naar uit. Het openingskantoor ‘Herr, unser Herrscher’ was veel te langzaam. Er was iets mis. Waren het de stoelen voor de solisten, die niet goed stonden waardoor de opkomst van de dirigent en de solisten werd onderbroken of was er iets anders aan de hand? Dat wreekte zich in twee opzichten. De golfbeweging van zestienden heeft tot taak de muziek een stuwing te geven naar het dramatische ‘Herr’ van het koor en die stuwing ontbrak. Ook de pulserende bassen op g misten daardoor een deel van hun effect. Maar ook het koor kwam daardoor in moeilijkheden. In dit tempo is die moeilijke golfbeweging, die vierstemmig moet worden gezongen, haast niet gelijk te zingen. Het ‘Herr’, dat het koor canonisch uitroept, miste daardoor ook precisie en spanning. Na de reprise van dit openingsnummer waren de ergste zenuwen er af en ging het gelukkig veel beter. Maar na de pauze – die in dit werk altijd weer verassend vroeg komt – stond er een herboren koor. De tempi waren mooi en passend; het koor zong veel meer in balans en zelfverzekerd. Moeilijke passages en kleine uitglijders werden haast professioneel opgevangen. De kerk, die barstensvol zat, luisterde bijna ademloos. Heerlijk eens een concert waarin haast niet gehoest wordt! In vergelijking tot de vorige keer vielen me in positieve zin vooral de cesuren op in de recitatieven, die een fenomenaal dramatisch effect hadden. Dat was met name het geval in het recitatief na het ‘Bist du nicht’ – dat het koor ook nu weer bijtend agressief zong – waar Toon een meesterzet toepaste. Na het kraaien van de haan, vertolkt door de cello, stokte de muziek even als de adem van Petrus, die plotseling beseft dat hij Jezus verloochende. Van de solisten viel me vooral op het prachtige zingen van Math Dirks, die net als de vorige keer weer de christuspartij zong. Wat een gepassioneerde frasering en timing! Lisette Emmink was ook nu de sopraan en weer zong ze de ‘Ich folge dir gleichfalls’ (met die heerlijke fluitbegeleiding!) en het ‘Zerfliesse, mein Herze’ prachtig. De chromatische passage ‘an mir zu ziehen, zu schieben, zu bitten’ zong ze stuwend; ik voelde het trekken en schuiven. De evangelist Bart de Kegel, die de haast onmogelijke taak had Ludwig van Gijsegem (de vorige keer de evangelist) te evenaren, zong het huilen van Petrus ontroerend verdrietig. Ik vind hem dramatisch van hetzelfde kaliber als van Gijsegem, die echter een mooiere stem heeft. De tenor Alex Vermeulen, net als de alt Martine Straesser en de bas Martijn Sanders een ‘nieuweling’, kon mij niet erg overtuigen. Bij de aria ‘Ach mein Sinn’ hield ik steeds mijn hart vast of hij het snelle tempo wel kon volgen en dat was ook bij ‘Erwäge’ het geval. Martine Straesser zong het ‘Von den Stricken meiner Sünden’ en ‘Es ist vollbracht’ fraai en Martijn Sanders zette de aria’s ‘Betrachte meine Seele’ en ‘Mein teurer Heiland’ (met koor) schitterend neer.

Net als vorige keer verzorgde Kamerorkest “Continuo” de orkestrale begeleiding. Er werd mooi en geconcentreerd gemusiceerd met een glansrol voor de luit. Eric Jan Joose blonk weer uit op het orgel, met name in de recitatieven, die dit keer veel meer expressie hadden. Ik wil niet verzuimen enkele van de vele hoogtepunten van het koor na de pauze te vermelden. Een spannend krachtig ‘Wäre dieser nicht ein Übeltäter’, een prachtig ritmisch en helder articulerend ‘weg, weg mit den’ en een grandioos ‘wohin’ in de bas-aria ‘eilt, eilt, ihr angefochtnen Seelen’. De vorige keer liet Toon dit door de solisten zingen, maar zijn lef dit door het koor te laten doen, werd beloond. Het is razend moeilijk, maar het lukte en ook nog heel zacht gezongen. Hulde! Toon stak na afloop tijdens een donderend applaus van het dankbare publiek terecht tot tweemaal toe zijn duim omhoog naar het koor ten teken dat ze het weer geweldig gedaan hadden. Wat moet het heerlijk zijn in dit koor te zingen!

Paul Steinhauser


(Uitvoering 18 november 2003)

Het was weer feest met Amicitia

Dinsdag 18 november was het weer feest. Dit jaar presenteerde Amicitia ons een Engels programma. Good old Handel werd vergezeld door Rutter. Voor velen zal het de eerste kennismaking zijn geweest met deze laatste. John Rutter leeft nog. Zijn Requiem, dat door Amicitia op het repertoire werd genomen, dateert van 1985. Het is een toegankelijk werk, op en top Engels met Lloyd Webber (Cats!) achtige melodieën. Maar wat het zo geschikt maakt voor Amicitia: zeer goed voor koor geschreven. Hier is een man aan het werk, die weet wat een koor kan en hoe het klinkt. Je zou zijn muziek kunnen afdoen als romantische muziek met een hedendaags dissonanten sausje. Maar dan zou ik zijn muzikaliteit te kort doen. Die dissonanten worden door hem heel functioneel ingezet voor het beoogde effect. Hij creëert een soort klankcluster rondom de toon, die je volgens de traditie zou verwachten, door die te omgeven met vreemde, dissonerende tonen. Maar in combinatie met de stem van het orkest en een dirigent, die dit begrijpt, krijgt de luisteraar toch een beleving van een centrale sonant. Ik vind dat Rutter dit het best realiseert in het eerste deel, het Requiem Aeternam. Daar zet de pauk een langzaam pulserende beweging in op g. Op die grondtoon stuwt Rutter dan de spanning omhoog met ‘bijna’ octaafsprongen, die een broeierig, geheimzinnig en spannend effect geven. Bij het invallen van het koor heeft hij op die manier een cluster van dissonanten neergezet, die verwant is aan c-groot en het koor zet ook in op c. Maar vanuit deze unisono c voert het orkest met zijn bijna octaafsprongen het koor naar een akkoord waarin de c, de cis, de e en de es voorkomen. Heel lastig voor een koor kan ik u wel vertellen! Maar het klinkt en dat helpt. Dat dit een functionele opbouw is, wordt duidelijk. Op het moment dat het koor vraagt om de overledenen het eeuwige licht te geven, lossen de dissonanten op in een f klein akkoord, wat het effect geeft van licht dat door de wolken breekt.

Voorgaande jaren heeft het koor al blijk gegeven moeilijke partituren aan te kunnen en ook nu overwon Amicitia de problemen glansrijk. Slechts heel zelden hoorde je de zangers zoeken naar de goede toon. Toon de Graaf wist de klankclusters meesterlijk te treffen door een juiste balans tussen koor en orkest en zo kwamen de charme en de ernst van Rutter goed tot hun recht. Bij het tweede deel heeft Rutter volgens mij aan de blues gedacht en dat had wat mij betreft wel iets jazzier gespeeld en gezongen mogen worden. Maar ronduit schitterend was het fortissimo c-groot akkoord dat het koor neerzette op het woord ‘trust’. Een stevig vertrouwen! Wat moet hier lang en intens op geoefend zijn. En wat een voldoening dat het dan ook zo goed uit de verf komt. Het werd een nog groter feest door het fantastische zingen van Marjorie Ginczinger. Zoals zij een aantal malen de hoge a glaszuiver piano zong en aanhield was adembenemend mooi. Haar fraseringen vond ik ook heel mooi. Ook de sopranen van het koor verdienen een extra pluim. Hun hoog was soms heel mooi en deed me dan denken aan zo’n prachtig Engels jongenskoor. Het sanctus was duidelijk moeilijker voor de mannen dan voor de vrouwen. Ze waren er ook even uit, maar Toon wist dat weer vakkundig op te vangen. Dat vraagt ook ervaring van het koor! Speciale lof verdient ook de harpiste, die prachtig speelde.

Ik denk dat de meeste tijd en aandacht is gegaan naar dit werk. Maar dan komt er na de pauze nog meer. Twee koorwerken van Handel. Het korte Let thy hand be strengthened uit de Coronation Anthems en de Ode on St Cecilia’s Day. Wat mij betreft mogen ze dit stuk uit de Coronation Anthems ook zingen in de Staten Generaal bij de installatie van een nieuwe regering, want het koor zingt de nieuwe machtshebber vele behartenswaardige woorden toe. Na de pauze dus ook de Ode on St Cecilia’s Day. Het orkest heeft hier veel meer dan alleen een begeleidende rol en ik vermoed dat dit de reden is waarom ik hier niet de volle tijd geboeid werd. Het blijft toch een gelegenheidstreffen tussen Toon de Graaf en het Promenade Orkest en daardoor ontbreekt de finesse en diepgang, die het koor wel brengt. Ook hier stal Marjorie Ginczinger weer mijn hart met haar stralende stem en warme uitstraling. Tenor Jan van Elsacker zong en acteerde goed. Ik miste alleen zijn agressie bij het ‘charge, charge’ in de Trumpet song, een agressie die het koor wel wist over te brengen.

Al met al was het weer een zeer geslaagde muzikale avond met vele hoogtepunten. Hulde Toon en Amicitia en heel veel dank voor zoveel inzet en bezieling.

Paul Steinhauser


(Uitvoering 18 november 2003)

INDRUKWEKKEND CONCERT c.o.v. AMICITIA

Uithoorn - dinsdagavond 18 november 2003 was het weer zover, het jaarlijkse grote concert van het Uithoornse oratoriumkoor Amicitia in de R.K. Kerk De Burght. Deze keer was er niet gekozen voor één groot traditioneel koorwerk, maar voor een drietal kleinere composities die samen een drieluik vormden. Immers alle werken stamden uit de Engelse koortraditie en waren geënt op talrijke bekende, ontroerende bijbelteksten en lofzangen. Geen wonder dat de Uithoornse muziekliefhebbers al vroeg in grote getale aanwezig waren. Ik denk dat niemand spijt heeft gekregen van zijn aanwezigheid, want het werd een prachtig concert! Met het Nederlands Promenade Orkest, en de twee voortreffelijke solisten - sopraan Marjorie Ginczinger en tenor Jan van Elsacker - en met de bijna 80 Amicitialeden werd onder leiding van dirigent Toon de Graaf voor de pauze het Requiem van John Rutter uitgevoerd. Rutter componeerde dit werk in 1985 als hommage voor zijn vader die kort daarvoor gestorven was. Maar het werd geen requiem met hel- en verdoemenisvizioenen. Hij vond dat muziek een boodschap van intimiteit en hoop in zich moest dragen, hoop op een leven na de aardse dood in het eeuwige Licht het Lux aeterna! Wat werd het een prachtige compositie met zowel Latijnse teksten uit de traditionele Requiemmis en tevens bekende en geliefde psalmteksten in de Engelse taal.

De vrouw die na de uitvoering tegen Rutter zei: "It's funny, your music makes me cry, but there are not unhappy tears" kan ik begrijpen, want in het verstilde en liefelijk gezongen Lux aeterna voelde je je als het ware opgetild naar hogere sferen, zo mooi was het! Voor het koor was dit werk verre van gemakkkelijk door een wat ander klankidioom dan gebruikelijk met af en toe wringende dissonanten die fraaie oplossingen kregen. Een compliment voor het overwinnen van deze muzikale hobbels is op zijn plaats. Ook de beide solisten zongen voortreffelijk en ontvingen met koor en orkest een groot applaus. Na de pauze werd gestart met een kleiner koorwerk van G.F. Händel: "Let thy hand be strengthened". De beide solisten bleven hierbij weg zodat alle aandacht gericht werd op het koor, dat zelfverzekerd en met verve dit mooie werk wist te vertolken. Ook de vaste repetitor van Amicitia Eric Jan Joosse speelde in dit werk een belangrijke rol. Aan het orgel, met handen op het klavier inspireerde hij met de rest van zijn lichaam - als ware het een tweede dirigent - de naast hem zittende strijkers tot de hoogst mogelijke gelijkheid in de wisselende tempi en expressie; een prestatie van grote klasse!

Ook het slotwerk was van Händel: "Ode on St Cecilia's Day". Al sinds de Middeleeuwen werd Cecilia vereerd als schutspatrones van Muziek en Zang. Geen wonder dat vele componisten van dit dankbare thema gebruik hebben gemaakt voor het scheppen van een nieuw muzikaal kunstwerk. Zo deed ook Händel en wel op briljante wijze. In dit fascinerende werk wordt de hemelse harmonie en een scala van muziekinstrumenten bejubeld. Hierbij vertolkte de sopraan Marjorie Ginczinger het grootste deel van de bezongen instrumenten, die of als solo of in duetvorm ten gehore werden gebracht. Één van de ontroerendste momenten was naar mijn mening de Ode aan het orgel, prachtig vertolkt door Eric Jan Joosse in duet en trio-vorm met twee cello's en met de kristalhelder zingende sopraan. Wat een stem, zelfs in de hoge pianissimo passages zong zij adembenemend op zeer hoge toon! Toen ten slotte het grote koor de machtige slotfuga - "The spheres began to move and sung the great Creator's praise to all the bless'd above" - inzette, de trompet schalde en de laatste klanken verstilden..... werd het ook in de zaal even heel stil totdat het applaus en gejuich langdurig losbarstten. Een indrukwekkend concert van grote klasse kwam ten einde, maar zal niet snel worden vergeten!

Tenslotte, Amicitia heeft de laatste tijd een grote stap vooruit gemaakt. Vooral de sopraansectie zingt verrassend goed en haalt met glans de hoogste tonen. Dit heeft ongetwijfeld ook een positieve invloed op de andere stemgroepen. Amicitia zingt als ëën grote vriendenkring en zwaait hun dirigent en repetitor veel lof toe, wat zij ook in grote mate verdienen. Het is tevens de sleutel voor verdere ontwikkeling. Want dat geldt voor vele koren: het kan altijd nog beter, zoals verbetering van intonatie, gelijke inzetten en tempowisselingen. Daar moet nog aan gewerkt worden. Maar met zo'n voortreffelijke dirigent als Toon de Graaf kan Amicitia de toekomst vol vertrouwen te gemoet zien.

In 2006 viert Amicitia zijn vijftigjarig bestaan. Het zou geweldig zijn als deze mooie koorwerken dan nogmaals zouden worden ingestudeerd en uitgevoerd en op CD werden vastgelegd. Amicitia, nogmaals geluk gewenst met dit prachtige concert. Bravissimo!

Jacques de Boo


Impressie van een cantatedienst met “Amicitia”
(Palmzondag 12 april 2003 in De Schutse)

Als je “Amicitia” voor het eerst zou horen, dan zou je denken: “Dit is een meer dan gemiddeld koor met een voortreffelijke dirigent en een repetitor-pianist die uitstekend z’n vak verstaat”.
Met heel veel genoegen ben ik 14 jaar lid geweest van dit koor, dat nog steeds een bijzondere plek in mijn hart heeft. En nu kon ik het koor weer eens beluisteren op zondag, 12 april j.l., in een goed gevulde Schutse tijdens een cantatedienst. De voorganger in de dienst was Ds. Sophie Bloemert.

Naast samenzang, gebed en schriftlezing, nam “Amicitia” een belangrijke plaats in in de liturgie. Het koor zong, afgewisseld door schriftlezingen uit het Johannesevangelie, koralen uit de Johannes Passion van J.S. Bach, op de piano op zijn eigen, bescheiden wijze, maar zeer muzikaal, begeleid door Eric Jan. Dit zingen gebeurde op een manier dat tijdens het luisteren mij verschillende woorden te binnen schoten, zoals: ingetogen, zelfverzekerd, zuiver, homogeen,gedisciplineerd, muzikaal. Opvallend waren de, uitstekend aangeven door Toon, gelijke woordeinden. De gelijk uitgesproken ‘t’-jes waren hierbij uiteraard het meest in het oogspringend.
Enkele momenten kreeg ik de indruk dat een paar koorleden onbedoeld aan een solocarrière waren begonnen; tijdens het koraal “Petrus, der nicht denkt zurück …..” was er een tenor die overduidelijk zijn “Gewissen” wilde laten spreken, en op een ander moment, in het koraal “Ach, großer König …” meende ik een bas te horen die met een zuivere oerkreet een “Liebestat” tot uitdrukking bracht.
Een genot voor het oor vormde met name het slotkoraal dat zeer muzikaal werd gezongen.
Ik kijk uit naar het volgende concert van dit zichzelf overtreffende koor, een ode aan de heilige Caecilia.

Jan Noorlag


Prachtige Elias in Uithoorn
(Uitvoering 12 november 2002)

Toon de Graaf was uitgelaten toen het D-groot slotakkoord van een magistrale Elias van Felix Mendelssohn wegstierf. Hij betrok de beide koren, die zo gedijen onder zijn bezielende leiding, nadrukkelijk in het applaus van het enthousiaste publiek en hij wierp zijn bloemen met een brede zwaai naar het koor. Een treffende demonstratie van hoe blij en tevreden hij was met de prestatie van zíjn Amicitia en zíjn Rijnmondkoor Vlaardingen. Ik vind het inderdaad verbluffend wat deze beide koren presteren. Het lijken wel beroeps, zoals ze de rubati en tempowisselingen van Toon volgen. De klasse van het koor blijkt onder meer uit het feit dat het soms net is alsof ze alle tijd hebben. Dat getuigt van zelfverzekerdheid, vertrouwen en heel goed kijken naar de dirigent. De alten en bassen zorgen voor een stevig en betrouwbaar fundament. En wat zijn de sopranen mooi geworden! Prachtig helder en stralend in het hoog. Jammer dat de tenoren wat achterblijven. Zo af en toe is wel hoorbaar dat het twee koren zijn, maar dat is begrijpelijk als je weet dat ze pas op het allerlaatst samen repeteren. Wat mij ook opvalt is dat het koor kennelijk begrijpt wat het zingt; het ís het volk Israels als het de Heer om hulp roept, omdat de oogst verdord is. Het ís het volk Israels als het de koningin naar de mond praat en uitroept dat Elias moet sterven.

Mendelssohn is een meester in het met muziek schilderen van beelden en gevoelens. Je hoort de wind opsteken, de golven bruisen en aanzwellen, de engelen zingen en de huiver als Elias spreekt over God, wiens woord is als vuur en als een hamer, die rotsen verpulvert. Hij schreef destijds aan vrienden over Elias en noemde hem hartstochtelijk en strijdbaar, eigenschappen die zeer tot zijn verbeelding spraken. En dat kun je horen aan de wijze waarop hij de gevoelens en woorden van Elias verklankt. Hoe menselijk is Elias in de aria “Es ist genug”, mooi gezongen door Charles van Tassel; berusting, ontgoocheling en boosheid wisselen elkaar af. Jammer en storend vond ik het, dat de celli, die bij deze aria een prachtige tegenstem ‘zingen’, op een cruciaal punt in de fout gingen. Charles van Tassel was een geloofwaardige Elias, zij het dat ik de volle toorn en woede van de verontwaardigde Elias soms miste. Wel wist hij diens cynisme goed te treffen, toen hij het volk toeriep de god Baal vooral harder te roepen, omdat die misschien nog lag te slapen. Prachtig en vlekkeloos gelijk was trouwens het desperate “Gib uns Antwort” van het koor.

De uitglijder van de celli was trouwens niet het enige incident met de begeleiding van het Nederlands Promenade Orkest. Er werd nogal eens ongelijk ingezet, rommelig gespeeld en de zuiverheid liet ook regelmatig te wensen over.

Afgezien van het koor en zijn dirigent, was ik bijzonder enthousiast over het optreden van Ludwig van Gijsegem en Myra Kroese. Van Gijsegem is een tenor zoals er maar weinig zijn. Hij is niet slechts een groot zanger met een prachtige stem, hij brengt ook emotie over. Zo was adembenemend prachtig zijn pianissimo gezongen “Siehe, er schläft” na de aria “Es ist genug” van Elias. Myra Kroese heeft een prachtige donkere alt en was goed bij stem. De andere solisten spraken me iets minder aan. Lisette Emmink heeft een mooie stem, maar haar “Höre Israel”, een van de mooiste aria’s van dit werk, vond ik wat krampachtig gezongen.

In de pauze had menigeen het over het afslachten van de profeten van Baal, toen hun god door de mand gevallen was. Dat gaat toch wel erg ver, was het meest gehoorde. Het oude testament gebruikt inderdaad harde taal en beelden om de mens te helpen zich toe te vertrouwen aan God. God hongert zijn volk uit als ze niet geloven en verricht wonderen om ze te laten geloven. En hij vergeeft, wie zich weer tot hem wendt. In de prachtig door Myra Kroese gezongen aria “Weh ihnen, dass sie von mir weichen” wordt uitgelegd dat verdelging volgt op het vertellen van leugens over God. Naar het heden laat zich dat vertalen in het hebzuchtig en zonder liefde met de medemens en de natuur omgaan en in het niet begrenzen van degene die het verbond van de vrede verraadt dat God met de mens heeft gesloten. In de aria “Sei stille dem Herrn und warte auf ihn” bemoedigt een engel ons stil te zijn en te vertrouwen op God zonder toorn of rancune, “denn der wird dir geben, was dein Herz wünscht”. Die woorden helpen me toe te vertrouwen aan de bedoeling van mijn leven en angst en achterdocht los te laten. En zo draagt een avond met Amicitia niet alleen bij aan muzikaal genot, maar ook aan een verdiept contact met mijzelf. Dank Amicitia, dank Toon!

Paul Steinhauser


Staande ovatie voor Amicitia zeer verdiend
(Uitvoering 12 november 2002)

Uithoorn - Oratoriumvereniging Amicitia zette dinsdagavond 12 november in De Burght samen met het Rijnmondkoor Vlaardingen een heel mooie Elias van Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) neer. Bas/bariton Charles van Tassel vertolkte met veel zeggingskracht de rol van Elia. Het geheel stond onder de deskundige leiding van Toon de Graaf.

De verhalen rond de profeet Elia uit de bijbel waren voor vele bezoekers wellicht bekend. De muzikale interpretatie kon de luisteraars echter een extra dimensie geven of kon heel verrassend zijn. Een volk, in dit gval twee flinke koren bij elkaar, dat 'Hilfe' zingt, komt waarschijnlijk sprekender over dan wanneer het alleen in woorden op papier staat. Zeker als het orkest even daarvoor de spanning flink opgebouwd heeft. Elia mag in dit oratorium dat Mendelssohn-bartholdy in 1846 schreef, als eerste het woord nemen. Hij kondigt aan dat er regen noch dauw zal komen. het volk roept dan, na de instrumentale ouverture, 'Hilfe' en schetst een verschrikkelijke situatie; 'de kinderen roepen om brood en niemand die het hun geeft'. Zie daar, al genoeg elementen voor dramatiek. Toon de Graaf wist die in het concert uit te buiten. Koor en orkest waren vanaf de eerste noten attent en volgden hem goed.

In het begeleidende tekstboekje is te lezen: 'het werk is van grote bekoring, rijk aan schitterende melodiek en uitgegroeid tot een machtig, aangrijpend geheel'. Waarschijnlijk konden vele concertgangers dit navoelen en nazeggen. In de Elias wordt de dramatiek niet geschuwd waardoor het voor het koor des te aantrekkelijker wordt. De zangers en zangeressen konden zich helemaal inleven en uitleven in de vele koorstukken. Het volk is angstig als de regen en de hulp uitblijft, het jubelt als er uiteindelijk water komt, althans de voorbode daarvan, een klein wolkje. Dat is pas nadat Elia de strijd met de Baälpriesters is aangegaan op de berg Karmel. Het is volk is verder scherp als het zich keert tegen Elia en roept dat hij moet sterven. Vele wisselingen in stemming, klankkleur, ritme, tempo en dynamiek. Ook het orkest volgde de wisselingen. De cello's klonken prachtig bij een bedroefde Elia die zich terugtrekt in de woestijn. De koperblazers triomfeerden mee toen gezongen werd dat hij in een vurige wagen met vurige paarden naar de hemel reed.

Van de solisten mogen met name Myra Kroese, alt / mezzo en bas / bariton Charles van Tassel genoemd worden met hun mooie stemmen en overtuigend optreden. Het orgel met Eric Jan Joosse was regelmatig prachtig te horen in samenklank met koor en/of orkest. In éé van de laatste koren nam het orgel mooi de melodie van het koor over. Het Nederlands Promenade Orkest zorgde voor een goede instrumentale uitvoering. Over de tekst van de Elias is van een heleboel te zeggen en mensen zullen er hun eigen ideeën bij hebben, maar in dit stuk gaat het het om bijbeluitleg maar om de muzikale intrpretatie van de componist en van de dirigent. Daarmee hebben dirigent, orkest, solisten en koren het publiek in De Burght een boeiende avond mooie muziek bezorgd.

M. Mak


Mooie uitvoering Johannes Passion door Amicitia
(Uitvoering 15 maart 2002)

Op vrijdag 15 maart j.l. bracht de c.o.v. Amicitia de Johannes Passion van J.S. Bach ten gehore in de R.K. Kerk St. Johannes de Doper in Mijdrecht-Wilnis. Dirigent Toon de Graaf wist het koor en het begeleidende Kamerorkest "Continuo" te inspireren tot een gevoelvolle uitvoering van deze Passie.

De Johannes Passion, korter maar bijna nog dramatischer dan de bekende Mattheüs Passion, mag zich verheugen in een groeiende bekendheid en populariteit. En terecht, zo bleek ook deze avond weer. In de zeer goed gevulde kerk luisterde het publiek ademloos naar het lijdensverhaal dat door koor, solisten en orkest werd verteld. Uiteraard was een belangrijke rol weggelegd voor de evangelist, gezonden door de tenor Ludwig van Gijsegem. Hij zong zijn partij met grote zeggingskracht. Bijvoorbeeld het moment dat Petrus na de verloochening naar buiten gaat en weent, werd door hem op ontroerende wijze gezongen. De Christus-partij werd vertolkt door de bas Math Dirks, die dat ook op een zeer aansprekende manier deed. Het koor heeft in de Passie eigenlijk drie rollen: het zingt aan het begin en aan het eind een groot koorstuk; dan vertolkt het in het passieverhaal vaak de rol van volk, of van de hogepriesters of de krijgsknechten; en tenslotte zingt het in de koralen, en vertegenwoordigt daarmee de gemeente die antwoord geeft op het verkondigde evangelie.

Amicitia heeft zich in al deze rollen zeer goed ingeleefd. In het openingskoor klonk het nog wat voorzichtig, niet majestueus genoeg, en sommige inzetten hadden niet helmaal de goede hoogte. Het is een zwaar koor om mee te beginnen, en het wennen aan een andere akoestiek zal ook een rol hebben gespeeld: de kerk klinkt prachtig, maar het valt voor een koor niet mee om contact te houden met elkaar, en om helder en verstaanbaar te zingen.

Door het tempo iets lager te nemen lukte het dirigent Toon de Graaf heel goed om alles bij elkaar te houden; alleen het openingskoor werd er wat traag door.

Het slotkoor "Ruhet wohl" was daarentegen prachtig. De volkskoren in het hele stuk werden uitstekend gezongen: fel, krachtig en met grote precisie, waardoor bijvoorbeeld alle uitroepen van het "Kreuzige!" goed tot hun recht kwamen. Een prestatie van formaat. De koralen werden gezongen met aandacht voor de tekst en de dynamiek. Hoogtepunt was wel het slotkoraal "Ach Herr, lass dien lieb Engelein", waarmee de Johannes Passion ontroerend besloten werd.

De overige solisten, spraak Lisette Emmink, alt Lysbeth Riemersma, tenor Henk Gunneman en bas Hans de Vries, hebben in deze Passie een kleiner aandeel, maar zij zorgden wel voor momenten van grote schoonheid, met name in de sopraan-aria "Zerfliesse, mein Herze". Tenslotte moet ook nog de uitstekende begeleiding door het kamerorkest "Continuo" genoemd worden. Samen met organist Eric Jan Joosse, die ook vaste repetitor is van Amicitia, zorgden deze musici voor een puntgave begeleiding van koor en solisten. In het programmaboekje werd de suggestie gedaan om op basis van het succes van deze uitvoering dit evenement elke twee jaar te herhalen en zo een nieuwe traditie in het leven te roepen.

Wat ondergetekende betreft een prima idee!

Willy Rullmann


Veel te genieten bij concert Amicitia

Secondenlang bleef het stil in de volle Burghtkerk in Uithoorn op dinsdagavond 6 november jl., nadat de laatste klanken waren weggestorven van de mis in G van Schubert, waarmee de christelijke oratoriumvereniging Amicitia haar concert besloot. "Dona nobis pacem", geef ons vrede, zong het koor, en dirigent Toon de Graaf hield de spanning en de uitdrukkingskracht van die woorden en van de muziek vast in de stilte - waarna tenslotte een welverdiend applaus opklon uit het publiek als waardering voor hetgeen zangers en musici deze avond ten gehore hadden gebracht.

En dat was veel. Het programma omvatte vier composities van drie componisten uit verschillende muzicale tijdperken. Amicitia werd hierbij muzikaal ondersteund door de leden van het Nederlands Promenade Orkest en door Eric Jan Joosse op het orgel. Viel solisten verleenden hun medewerking: sopraan Hieke Meppelink, alt Martine Straesser, tenor Frank Fritschy en bas Robbert Muuse.

Geopend werd met cantate 21 van J.S. Bach: "Ich harre viel Bekümmernis". Dit is met zijn ruim veertig minuten de langste cantate die Bach schreef. Hij vertolkt hierin gevoelens die veel mensen zullen herkennen; in het eerste deel van de cantate worden de zorgen en vragen, de vertwijfeling en de angst waar mensen onder gebukt kunnen gaan, onder woorden gebracht. De ziel voelt zich van God verlaten. Dit wordt vooral uitgezonden in de aria's van sopraan en tenor. Het tweede deel begint met een duet van sopraan en bas, dat een tweespraak is tussen de vertwijfelde mensenziel en Jezus. Langzaam maken angst en twijfel plaats voor hoop en vertrouwen. Eerst nog ingetogen, als het koor de koraalmelodie zingt, die wij kennen als "Wie maar de goede God laat zorgen". Begeleidende trombones geven hieraan een bijzondere, troostende klank. Tenslotte breekt de volle vreugde door in het schitterende slotkoor, waarin trompette en pauken de lofzang op het Lam kracht bijzetten.

Dit geheel werd deze avond bijzonder goed verklankt, hoewel de instrumentale inzet wat aarzelend was en onzuiver in de strijkers. De hoboïst speelde echter een prachtige partij, zowel in de opening als later in de begeleiding van de sopraan-aria. Amicitia zette met overtuiging het openingskoor neer, waarin de beide delen van de cantate ook in muzikale zin (als contracten) worden uiteengezet. De fugatische lijnen bleven in alle stemmen goed te volgen en het geheel bleef daardoor helder en doorzichtig. En dat is geen sinecure bij het zingen van Bach met zo'n groot koor. Ook de zuiverheid waarmee de hele cantate gezongen werd was groot; behalve misschien in de unisono door de mannen gezongen koraalmelodie. Eénstemmig zingen lijkt eenvoudig, maar is dat beslist niet.

Bij de solisten moet in het bijzonder sopraan Hieke Meppeling genoemd worden, die wat mij betreft met kop en schouders boven de anderen uitstak. Opvallend was overigens, dat door een iets gewijzigde opstelling, de solisten áchter het orkest stonden. Dit heeft misschien met name de beide heren parten gespeeld, die dan ook in de laagte soms moeilijk te horen waren. Dat deze opstelling een probleem was, bleek ook uit het feit dat de solisten bij hun aria's soms op een andere plaats gingen staan, vermoedelijk om beter contact te houden met de hen begeleidende instrumenten. Alt Martine Straesser kwam helaas nauwelijks aan bod: bij bach had ze slechts een ondergeschikte rol en na de pauze hoefde ze helemaal niets meer te doen.
Ook het vervolg van de cantate werd door koor, organist en orkest overtuigend gebracht; met zijn rustige, duidelijke slag leidde dirigent Toon de Graaf alles en allen in goede banen.

Na de pauze zong Amicitia het "Te Deum" van Mozart. Weer zong het koor duidelijk en goed verstaanbaar, en ook bij zeer zachte passages mooi zuiver. Echt stralen wilde dit stuk echter niet. Hierna konden de koorleden even rust nemen om te genieten van het schitterend gezonden motet "Exsultate Jubilate", ook van Mozart. Hieke Meppelink, nu op haar vertrouwde plaats vóór het orkest, zong met haar heldere stem de coloraturen lichtvoetig en schijnbaar moeiteloos. Meer ingetogen passages als "Schenk ons vrede, schenk ons vertroosting" klonken zeer innig. Toon de Graaf lief het orkest stralen en betoonde zich hiermee een uitstekend orkestdirigent. Niet voor niets klonk na dit stuk een zeer enthousiast applaus.

Tot slot voerden koor en orkest met de drie overgebleven solisten de al genoemde mis in G van Frans Schubert uit. Een stuk dat de amper 18-jarige componist in zes dagen schiep. Een korte, eenvoudige mis, die ook weer prachtig werd vertolkt, met grote muzikale en emotionele expressie, uitmondend in het gebed om vrede, dat een ieder in de stilte met zich mee kon dragen.
Al met al een zeer geslaagde uitvoering, waar de aanwezigen met een warm gevoel aan zullen terugdenken.

Willy Rullmann