Najaarsconcert 2018

Op 23 november 2018 geeft Amicitia weer zijn najaarsconcert. Op het programma staan dit jaar twee werken: het Magnificat van Carl Philipp Emanuel Bach ( de tweede zoon van Johann Sebastian Bach) en het Requiem van Wolfgang Amadeus Mozart.
Locatie: R.-K. kerk  De Burght, Potgieterplein Uithoorn.
Aanvang 20.15 uur
Prijs € 25, jeugd t/m 17 jaar €10.

Kaarten kunnen worden gekocht bij

Behalve Amicitia, dat begeleid wordt door Het Promenade Orkest,  werken aan het concert mee:
Lauren Armishaw, sopraan
Martine Straesser, alt-mezzo
Falco van Loon, tenor
Berend Eijkhout, bariton
Eric Jan Joosse, orgel

Het geheel staat onder leiding van dirigent Toon de Graaf.

Het Magnificat  van C. Ph. E. Bach past in de ‘galante stijl’. In die stijl is de melodie belangrijk, en bestaat de begeleiding uit eenvoudige harmonieën. Het weerspiegelt het esthetisch ideaal van die tijd: sierlijkheid, bekoorlijkheid, begrijpelijkheid en natuurlijkheid zijn belangrijker dan complexe versieringen en grote contrasten.

 

Het Requiem van Mozart behoeft nauwelijks nadere toelichting, bekend als het is  onder meer door de film ‘Amadeus’. Het is het laatste werk waaraan Mozart heeft gewerkt. Na zijn dood werd het door zijn leerling Süssmayer voltooid.

In het Requiem is het geniale meesterschap van Mozart in alle facetten aanwezig. Alle stijlkenmerken van zijn oeuvre komen hier tot klinken, van elegante bevalligheid tot verholen demonie. In het Requiem vallen tragiek én blijdschap, twijfel én geloof samen. Weemoedigheid en dramatiek kenmerken het Introïtus. Dringend, opstandig en energiek klinkt het Kyrie. Het Dies Irae toont de verschrikking van het oordeel. In de volgende delen wisselen hoop en wanhoop elkaar af, resulterend in een aangrijpend Lacrimosa. Het Offertorum “Domine Jesu” klinkt opgewekter, met een grootse slotfuga “Quam olim Abrahae”.  Wie de laatste delen van het Requiem hoort, kan zich niet voorstellen dat Süssmayer deze geheel zelfstandig gemaakt zou hebben. Met name het “Agnus Dei” is zo in de trant van Mozart, dat Süssmayer hoogstwaarschijnlijk de bedoelingen van de meester gekend moet hebben. Het slot is ontleend aan het begindeel, zoals de bedoeling van Mozart was. De belangrijkste sfeer die het werk ademt is troost, zoals Mozart dat zelf ook wenste toen hij schreef:
“De dood heeft niets verschrikkend  meer, maar is veel meer rustgevend en troostrijk”