Concert 10 februari 2012

Wie afgelopen vrijdag de tiende februari kou en gladheid trotseerde om op de grens van Mijdrecht en Wilnis de Johannes de Doperkerk te bezoeken, werd getrakteerd op een co-productie van twee vriendschapsverenigingen. De één steunt het monumentale kerkgebouw, de ander het Uithoornse Oratoriumkoor Amicitia. Samen zorgen zij alweer twaalf jaar voor muzikale opluistering van het negentiende-eeuwse rijksmonument.
Ook al moet de vriendschap daarom ondertussen vertrouwd voelen, toch besloten de verenigingen deze keer wel tot een kleine breuk. Die breuk ligt in de muziekkeuze. Afscheid is genomen van de traditie om Bach’s passiewerk, de Johannes Passion, uit te voeren. Voor het eerst stond op het programma de uitvoering van de “Messiah”, één van de meesterwerken van de Duits-Britse componist Georg Friedrich Händel (1685 – 1759).
De Messiah ,bij het grote publiek bekend van het uitbundige “Hallelujah”, verhaalt in drie delen over aankondiging, lijdensweg en uiteindelijke dood en wederopstanding van de christelijke verlosser. Koor en solisten zingen in het stuk alleen Bijbelteksten; Händel en zijn tekstschrijver Charles Jennens hebben geen zelf gedichte teksten of andere verfraaiingen toegevoegd. De nadruk moet daardoor liggen op het mysterie van de Bijbelse overlevering, en niet in het gedramatiseerd vertellen van het levensverhaal van Christus.

Amicitia nam met de uitvoering voor de vierde keer in haar geschiedenis de uitdaging van dit werk aan, dat bekendstaat als een technisch moeilijker compositie. Dirigent Toon de Graaf sprak in het programmaboekje daarom ook van de noodzaak tot het overwinnen van “zangtechnische moeilijkheden ” , die de vereniging niet uit de weg wilde gaan. Dat beloofde wat.
Misschien was het die technische uitdaging waardoor het koor in eerste instantie wat voorzichtig van start leek te gaan. De vaste en vertrouwde begeleiding van het Rotterdamse begeleidingsorkest Continuo getuigde in elk geval van grote kwaliteit. Het orkest zette een even zuivere als muzikaal overtuigende interpretatie neer, die geen moment werd gehinderd door de toch vaak lastige akoestiek van een groot galmend kerkgebouw. Daar zal zeker aan bijgedragen hebben dat dirigent De Graaf en het orkest goed op elkaar ingespeeld leken.
Toch wist het koor zich te herpakken en overtuigde het bij het “All we like sheep have gone astray” zodanig, dat het bij de pauze al een kort applaus kreeg. Amicitia bracht uiteindelijk het volume waar het stuk op plekken om vraagt, en klonk daarbij vooral sterk in de sopraan- en baspartijen. Alleen de tenoren leken iets vaker te weifelen, maar dat is een vaker voorkomend euvel dat deze technisch lastiger stemgroep treft.
Een enkeling applaudisseerde overigens zelfs midden in de uitvoering, na de door bas-solist Hans de Vries krachtig gebrachte aria “The trumpet shall sound”. De Vries wist met een vol stemgeluid alle hoeken van de kerk te bereiken, hoewel hij soms wat veel op één volume zong waardoor zijn uitvoering iets aan spanning verloor. Sopraan Hieke Meppelink betrok juist met kracht de stilte en verstilling in haar aria’s, waarmee ze de tekst grote emotionele zeggingskracht meegaf en zo het publiek bijna dwong tot meeleven bij de vreugde van het “Rejoice greatly, o daughter of Zion!”. Ook tenor Jean-Léon Klostermann toonde zich een vaardig solist die met schijnbaar gemak de barokke toonwisselingen in de tekst wist te leggen en daarmee de bedoelde spanning gaf aan de Bijbelteksten. Alt-soliste Margareth Beunders leek met haar vertolking van “He was despised and rejected of men” een inspiratiebron die het koor nieuwe energie gaf, hoewel ook haar uitvoering ruimte liet voor meer variatie in volume en toonkleur.

Uiteindelijk overtrof de som afgelopen vrijdag de afzonderlijke delen. De liefde voor muziek die koor, orkest en solisten bijeenbracht, zorgde voor een uitvoering die stond als een huis. Ook de keuze voor een ander werk dan de Bach-passie bleek een gouden greep, niet in het minst omdat de kerkbanken weer goed gevuld waren door nieuw publiek. De vriendschap tussen de Uithoornse koorvereniging en de Johannes de Doperkerk is er daarom duidelijk één die het koesteren waard is.

Laurens van Wouwe