Concert 16 november 2004

Amicitia brengt ambitieus programma

Drie moeilijke stukken op één avond. De afgelopen jaren stelde ik telkens vast dat de kwaliteit van het koor groeide. Dat schrijf ik toe aan een groeiend zelfvertrouwen en een bezielende leiding. Toon de Graaf toonde met de programmering van het concert op 16 november 2004 dat hij kennelijk overtuigd is van de kwaliteit en capaciteit van Amicitia. Dit keer maar liefst drie belangrijke koorwerken met een hoge moeilijkheidsgraad op één avond. Het bijzondere van samen musiceren is het jezelf overstijgen door de bijzondere bezieling die uitgaat van het gezamenlijke. Dat geeft een gevoel van intens contact met jezelf en de ander en dat ontroert. Dat weten Toon en het koor op zo’n avond tot stand te brengen en dat ervaren en meevoelen maakt een concert van Amicitia voor mij tot een bijzondere gebeurtenis. Ook dit concert was zeer geslaagd, hoewel ik dat bijzondere dat ik zojuist beschreef pas kon voelen bij de mis in C-moll van Mozart.

Voor de pauze zong het koor de hymne “Hör mein Bitten Herr” van Mendelssohn en het Schicksalslied van Brahms. Beide werken behandelen het worstelen van de mens met de duisternis en de hunkering naar de hemelse rust en vrede. Mendelssohn staat altijd borg voor een goed geschreven stuk mooie muziek. De hymne is eigenlijk een stuk voor sopraan met koorbegeleiding. Een fijn stuk voor het koor, lijkt me, om deze zware avond mee te beginnen. Mendelssohn drukt met muzikale middelen uit waar de tekst over gaat. De twee dalende kwinten op Hör mein Bitten Herr paste hij vaker toe om de vragende mens te verbeelden. De triolen op “O könnt’ ich fliegen wie Tauben dahin” beelden de wiekslag van de duiven uit. Ellen Schuring, die al eerder met Amicitia optrad, nam de sopraanpartij voor haar rekening en ik genoot van haar mooie, krachtige en heldere stem en haar goede frasering. Het koor volgde in haar spoor na een onzekere start, maar de dreigende vijanden brachten het koor direct bij de les.

Toen het Schicksalslied. Daar ben ik iets minder over te spreken. Brahms is een romanticus die werkt met grote emotionele contrasten, die veel vragen van het koor en met name ook van het orkest. En het orkest was deze avond op enkele lessenaars toch wel erg zwak bezet. Zo speelde de hoorn een aantal malen ronduit vals en waren de violen nogal eens ongelijk. De paukenslag in het langzame deel begon me op den duur als te mechanisch en nadrukkelijk te irriteren. Daar moeten de gelukzaligen die in de hemel wandelen toch wel onrustig van zijn geworden. Het koor overwon de lastige passages goed. Ronduit prachtig was de passage “blühet ewig ihnen der Geist” en het stukje a capella “blicken in ewiger Klarheit”. Brahms verstaat de tekst van Hölderlin, waar hij het lot van de mens beschrijft, als een protest. Als een uitroep. In een prachtig gekozen tempo stuwde Toon het orkest en het koor naar het gescandeerde “Doch uns ist gegeben”, naar het krijsende “blindlings” en vervolgens naar het opwindende quasi syncopische “wie Wasser von Klippe zu Klippe geworfen”. Wat dit stuk zo moeilijk maakt is dat de emotie van Brahms vraagt om scherpe contrasten tussen zacht en hard en het vasthouden van de spanning bij een totale maat stilte voor koor en orkest. Dat is niet helemaal gelukt, maar toch was ik onder de indruk van wat het koor van dit moeilijke stuk wist te maken. Hoe zou het wel niet geklonken hebben met een goed ingespeeld en goed bezet orkest?

En dan na de pauze de C-moll mis van Mozart. Wat een genie, die Wolfgang en wat een geniaal stuk. Ook daar waar hij geïnspireerd is door Händel en Pergolesi, spreekt hij zijn eigen briljante en zeer muzikale taal. Daar kwam weer dat wonder tot stand van de vonk die overslaat en musici en publiek in vervoering brengt. Het koor liet vele hoogstandjes horen met voor mij als top in het Qui tollis het sublieme allemaal tegelijk een aangehouden toon subito piano zingen en het Hosanna in excelsis met zijn snelle figuren. Opwindend mooi. Bewondering voor de prestatie van de alt/mezzo Eleonora Volkerts, die vlak voor de uitvoering werd opgeroepen als invalster voor Myra Kroese. Een prachtige stem met een timbre van een counter tenor. Waarschijnlijk door te weinig repeteren werd ze af en toe door Ellen Schuring overstemd en was ze een keer een hele maat voor op het orkest. Ellen Schuring had hier trouwens ronduit een glansrol, die Mozart voor zijn Constanze heeft geschreven; ze was even Constanze die avond. Haar vertolking, samen met de fluit, van het Et incarnatus est trof mij het meest. Buitengewoon mooi vond ik het kwartet van de solisten in het Benedictus, waarin ook de beide mannen Jan van Elsacker, tenor, en Hans de Vries, bas, sterk voor de dag kwamen.

Al met al was het weer een avond met veel muziekplezier, waarvoor weer hulde aan koor en dirigent. Dank jullie wel.

Paul Steinhauser

Concert C.O.V. Amicitia: Loep zuiver!

Wat is dit concert op16 november in De Burghtkerk prachtig begonnen!. De sopraan Ellen Schuring zong de eerste noten van “Hör’ mein Bitten , Herr” van Mendelssohn en ieder hield zijn adem in.

Men was totaal geïmponeerd door haar stem, al na 3 maten, en toen moest de rest van het muziekstuk nog volgen. Het koor en orkest waren bijzonder mooi in evenwicht met elkaar en wisten de dramatische spanning voor een ieder voelbaar te maken. Tot slot van dit stuk kon de toehoorder tot rust komen in de muziek zoals een duif, op de vlucht voor vijanden, een schuilplek vindt in de woestijn op een beschaduwde plaats.

Het Schicksalslied van Brahms was een geheel ander stuk, bijzonder moeilijk om te zingen. Ook hier bewees Amicitia dat het veel aan kan. Onder leiding van dirigent Toon de Graaf wist men het langzame tempo goed vast te houden en op toon te blijven. Als je koorleden spreekt zeggen ze : “Eigenlijk zou je hem eens moeten bezig zien, zijn gezichtsexpressie is bijzonder inspirerend!” Maar ook zonder dat uitzicht ben ik onder de indruk van zijn kwaliteiten! Het samenspel met het orkest : Philharmonia Amsterdam was warm! Vooral de koperblazers van het orkest waren een genot om naar te luisteren.

Na de pauze bracht men de Grosse Messe van Mozart, het stuk waar menig bezoeker toch wel naar uitkeek. Naast bovengenoemde sopraan , werkten alt/mezzo sopraan Eleonora Volkert, tenor Jan van Elsacker en bas/bariton Hans de Vries als solisten mee.
Het stuk vraagt veel van het koor , orkest en de solisten en laat in het bijzonder horen wat je allemaal met stemmen kunt doen. Knap van de koorleden om zoveel energie nog over te hebben aan het einde van de avond om dit muziekstuk zo te kunnen zingen.
Prachtig waren het Kyrie en het Gloria waarbij geen toon te hoog leek voor de sopranen van het koor. Het orkest lag dit stuk bijzonder goed en begeleidde prima, zonder te overheersen.
Het ingetogen Laudate, met de alt als soliste laat horen hoe prachtig een vrouwenstem kan klinken. Mozart weet dit in zijn muziek prachtig tot uiting te brengen.
Eric Jan Joosse achter het orgel was een vertrouwde basis om ook de sopraan het slot van het credo te laten zingen. Weer ademloos mooi zoals de hobo en de fluit antwoordden op haar sublieme zang.
De Grosse Messe eindigde met het Hosanna waarna de koorleden van Amicitia, het orkest, solisten en de dirigent een zeer welverdiend daverend applaus in ontvangst mochten nemen..

Henk van ’t Hoff.