Concert 20 november 2009

Vrijdagavond 20 november j.l. gaf de christelijke oratoriumvereniging Amicitia haar jaarlijkse grote concert. In de uitverkochte kerk De Burght in Uithoorn presenteerde het koor het Stabat Mater van Joseph Haydn en het Requiem van Wolfgang Amadeüs Mozart.

Het Requiem had het koor dit voorjaar ook al met veel succes gezongen in Berlijn, tijdens een geslaagde koorreis. Nu kon men dan aan het eigen publiek laten horen hoe het in Berlijn moet hebben geklonken.
Voor de pauze klonk echter eerst een heel ander stuk. Het Stabat Mater is een lang gedicht in het Latijn, waarin stilgestaan wordt bij het leed dat Maria gevoeld moet hebben, staande bij het kruis waaraan haar zoon was gehangen. Veel componisten hebben dit stuk op muziek gezet, onder wie ook Joseph Haydn in 1767. Al is de versie van Haydn niet de meest bekende, het stuk is zeker de moeite waard om te beluisteren. Een groot aandeel was weggelegd voor de solisten: de sopraan Ellen Schuring, alt Margareth Beunders, tenor Ludwig van Gijsegem en bas Frans Fiselier. Zij vormden een prachtig kwartet: de heldere, natuurlijke sopraanstem, de warme en donkere alt, de krachtige en toch soepele bas. Alleen tenor van Gijsegem wist niet te overtuigen, in tegenstelling tot wat we van hem gewend zijn. Zijn stem is prachtig, maar klonk wat zwak; mogelijk was hij niet in goeden doen die avond. Jammer, maar zoiets kan iedereen overkomen.

Dirigent Toon de Graaf leidde het koor en het begeleidingsorkest Continuo met strakke hand. Dat was ook wel nodig, want de orkestmusici lieten hier en daar wel een steekje vallen. Voor hen was het dan ook geen dagelijkse kost, deze muziek. Zij werden aan het orgel ondersteund door Eric Jan Joosse, tevens vaste repetitor van Amicitia.
Bij Amicitia viel de goede koorklank op en de zuiverheid. De tekst werd doorleefd gebracht, bijvoorbeeld bij de woorden dat ‘een zwaard door het hart van Maria sneed’. Hier en daar kon men merken dat het voor het koor moeilijk was om ineens weer goed in te zetten, na een lange aria van de solisten. Maar het geheel klonk goed en overtuigend.
Haydn laat zijn Stabat Mater blij eindigen in een slotkoor waarin de hoop op het hemels paradijs wordt bezongen. Dit werd stralend en uit volle borst gezongen.

Het Requiem dat na de pauze ten gehore werd gebracht, zal voor de meeste toehoorders toch wel het hoofdbestanddeel van de avond gevormd hebben. Wie de film ‘Amadeus’ heeft gezien, heeft de klanken en beelden daaruit voor altijd in het hoofd bij het horen van dit stuk. Toon de Graaf koos de tempi behoorlijk vlot, maar het liep nergens uit de hand. Ook in de moeilijke fuga’s bleef de koorklank doorzichtig en waren de afzonderlijke partijen goed te onderscheiden, vooral wanneer het thema door één der stemmen opnieuw werd ingezet. De solisten waren opnieuw van grote klasse en het koor deed niet voor hen onder. Het ‘Dies Irae’ klonk zeer fel en dynamisch. In het zachtere ‘Lacrimosa’ kwam even de zuiverheid in gevaar, maar dat deel eindigde weer met een stralend ‘Amen’. Het was genieten, van begin tot eind! De muziek deed de harde kerkbanken vergeten. Toen de laatste maal het ‘Lux perpetua luceat eis’ – het eeuwige licht verlichte hen – was verklonken, bleef het even stil. Daarna barstte een zeer verdiend applaus los.
Dirigent de Graaf onderbrak na enige tijd dit applaus om een toegift aan te kondigen, het ‘Ave Verum Corpus’, ook van Mozart, waarop de zaal reageerde met een verrukt: “Ohhh!” Al met al mag Amicitia terugkijken op een zeer geslaagde avond.

Willy Rullmann