concert 20 november 2015

Indrukwekkend requiem met Amicitia

Afgelopen vrijdagavond konden we in de Burght in Uithoorn genieten van een schitterend concert door het Oratoriumkoor Amicitia onder leiding van Toon de Graaf. Het koor werd begeleid door Het Promenade Orkest. Dat laatste bleek een goede keuze want koor en orkest wisselden elkaar goed af en vulden elkaar aan. Tussen beide partijen was er zowel voor als na de pauze een goede balans.

De keuze om te beginnen met de Ode on St. Cecilia’s day van G.F. Händel was een goede. In de ouverture hoorden we het statig koningsritme, gevolgd door een vrolijk menuet door voornamelijk strijkers. De toon was gezet! Tijdens het recitatief waarin de natuur bezongen werd door de tenor Jean Léon Klostermann, klonk juist op dat moment een klap onweer met geruis van harde regen. Händel gebruikte heel hoge tonen om het ontstaan van het universum uit hemelse harmonie te verklanken. De sopranen hadden  hier geen moeite mee en de hoge tonen werden dan ook spatzuiver getroffen. De aria die hierop volgde werd voorafgegaan door een mooie cellosolo, begeleid door het kistorgel bespeeld door de vaste repetitor Eric Jan Joosse.

De sopraan Leonie van Veen leek in het begin wat moeite te hebben met de hoogte, maar al snel vulde zij met haar stem makkelijk de ruimte. En toen klonk er trompetgeschal: Te wapen! De tenor zong strijdlustig en het koor herhaalde al even strijdlustig “Hoort, de vijand nadert”. De trom ondersteunde het strijdgevoel. De mars die hierop volgde klonk na al dit geweld wel heel liefelijk. Zou Händel heimelijk een beetje spijt gehad hebben van deze oorlogsklanken? Of was het vast een opstapje naar de volgende aria waarin orgel en fluit mooi samenvlochten bij de zang van de sopraan. Bij de tenoraria die daarop volgde vielen de duidelijke dynamische verschillen op. In het slotstuk wilde bij de vlugge nootjes het orkest net even iets sneller dan het koor, maar dat loste zich voor het eind weer goed op zodat het geheel mooi afgesloten werd.

Na de pauze refereerde voorzitter Peter Lucas aan het feit dat Amicitia vorige maand het Requiem van Fauré in de Madeleine in Parijs gezongen heeft. Toen nog zoveel onbekommerde vrolijkheid, nu zoveel doden te betreuren. Na deze indrukwekkende woorden werd eerst de Cantique de Jean Racine gezongen. Tijdens het hele lied was de harp heel duidelijk te horen in een soort golvende beweging. Het koor zong heel beheerst, soms klonk er een duidelijk forte om daarna weer terug te gaan naar piano. Het stuk eindigde heel mooi verstild. Daarna volgde het Requiem van Fauré dat door de gebeurtenissen in Parijs wel een heel aparte lading had gekregen. Het orkest zette sterk in, het koor fluisterde als het ware de eerste woorden Requiem aeternam. De vraag om gebedsverhoring werd als het ware uitgeschreeuwd om daarna in het pianissimo verder te gaan. In het offertorium wisselden koor en bariton Peter-Paul van Beekum elkaar af. Hier had het koor hier en daar wat moeite met de zuiverheid, maar bij het daarop volgende Sanctus klonk het weer als een klok.

Het Pie Jesu werd door de sopraan bij de herhaling nog indringender gezongen dan de eerste keer. Schitterend! Bij de volgende gedeeltes van dit requiem bleef het koor heel duidelijk de aanwijzingen van de dirigent volgen. Bij het laatste deel “In paradisum” tingelde het orgel heel mooi en helder boven het koor uit tot de laatste tonen van het koor wegstierven.

Deze uitvoering vergeten de koorleden nooit meer. En zij zijn vast niet de enigen!

Guusta Mathlener