Concert 9 november 2007

Amicitia weet te ontroeren

Uithoorn – Vrijdagavond 9 november j.l. bracht de Christelijke Oratorium Vereniging Amicitia in De Burght een programma ten gehore, dat als verbindend thema had: verdriet en troost. Hoogtepunt daarin was ‘Ein deutsches Requiem’ van Johannes Brahms. Dit requiem onderscheidt zich in twee opzichten van het gebruikelijke: er wordt in het Duits gezongen in plaats van in het Latijn, en Brahms heeft een heel andere tekst gekozen om op muziek te zetten. In de Latijnse requiemmis wordt voornamelijk gebeden voor het zielenheil van de overledene. In de Bijbelpassages die Brahms gebruikt, staat de troost voor de achterblijvenden centraal. En Amicitia zong deze teksten met een overgave en zeggingskracht, die de toehoorders wisten te raken.

Maar het duurde wel even, voordat het zover was. Het Requiem werd na de pauze uitgevoerd. Voor de pauze stonden twee andere werken op het programma. Geopend werd met een cantate van Johann Sebastian Bach, nr. 56: ‘Ich will den Kreuzstab gerne tragen’. Het thema van deze cantate is de levensweg, die gekenmerkt wordt door moeite en verdriet, en het troostende uitzicht van het hiernamaals. Het grootste deel van de cantate is voor bariton-solo en orkest, slechts aan het eind zingt het koor een koraal. De bariton, Kees van Hees, had af en toe moeite om boven het orkest uit te komen. Het kamerorkest Continuo, dat koor en solisten begeleidde deze avond, was weliswaar in dit eerste stuk uitgedund maar het had nog wel kleiner gemogen. Het mooist was de aria waarin de solist werd begeleid door alleen een hobo, een fagot en het orgel, op vakkundige wijze bespeeld door Eric-Jan Joosse.

In het tweede stuk voor de pauze werd aan de sopraan Marjorie Ginczinger de gelegenheid geboden om te schitteren in de troostrijke sopraan-aria ‘Höre, Israël’ van Felix Mendelssohn Bartholdy (uit ‘Elias’). En schitteren deed ze. Haar stem, met een volle en stralende klank, maakte grote indruk. Hoewel het orkest nu groter was, had zij geen enkele moeite om hoorbaar te blijven.

Na de pauze kwam Amicitia dus eigenlijk pas echt in actie. En hoewel het niet eenvoudig is om als zangers zo lang je concentratie te bewaren, leverde het koor een prima prestatie onder leiding van de vaste dirigent Toon de Graaf, en opnieuw met repetitor Eric-Jan Joosse aan het orgel. Het koor zong zuiver en mooi gelijk, met veel aandacht voor de uitspraak en de dynamiek. Wat mij betreft bracht het tweede deel, ‘Denn alles Fleisch es ist wie Gras’, een aantal kippenvelmomenten teweeg.
Bariton Kees van Hees leek in het Requiem meer op dreef dan voor de pauze, al miste hij een paar maal de hoogste noten, en Marjorie Ginczinger straalde nog net zo. Het orkest begeleidde goed; alleen in de opening ging er kennelijk iets fout, waardoor het vals klonk. Misschien was het orkest ook nu wat aan de luide kant; mogelijk hadden alleen mensen die meer voorin de kerk zaten daar last van.
De klank van de verschillende koorgroepen was over het algemeen prima. De sopranen bereikten grote hoogten, al was dat uiteraard moeilijker wanneer zacht gezongen moest worden. De alten hadden een mooie en zuivere klank, en ook de bassen waren goed. Alleen de tenoren klonken niet homogeen in solo-passages. Maar al met al was het dik in orde. In emotionele zeggingskracht schoot het koor niets tekort. Alle uitvoerenden werden dan ook aan het slot beloond met een daverend applaus uit de volle zaal.

Willy Rullmann