Jubileumconcert Amicitia 14 november 2006

Italiaans pathos, Duitse diepgang en Engelse romantiek met Amicitia

Het jaarlijkse concert van Amicitia is steeds weer een feest. Nu was het extra feest, want het koor viert zijn 50-jarig bestaan. Een heel bijzonder feestelijk tintje was de kleurige wandversiering die boven het koor was aangebracht. De hoofdkleuren blauw, oranje en groen gaven mij een blij gevoel van verbinding tussen veelkleurige eigenheid. De burgemeester van Uithoorn was aanwezig om het koor te feliciteren en te verblijden met de koninklijke erepenning. Goed te weten dat de overheid sympathiseert met Amicitia. De voorzitter nam de penning en gelukwensen glunderend in ontvangst. Zijn aantekeningen inspireerden hem uit te spreken dat hij blij verrast was, wat de toehoorders een vrolijke grinnik ontlokte. Maar inderdaad, het is een gelukwens waard dat dit koor in 50 jaar uitgroeide tot een hoogstaand amateur gezelschap. Dit feestconcert demonstreerde Amicitia wederom in kwaliteit te zijn gegroeid. Opvallend vond ik vooral de sterk verbeterde dynamiek, die vooral in de Messa di Gloria van Puccini voor het noodzakelijke dramatische effect zorgde.

Het programma ontbeerde dit keer een rode draad, althans heb ik die niet kunnen ontwaren. Of het zou moeten zijn, dat de als altijd weer uitblinkende Toon de Graaf wilde laten horen hoe goed zijn koor inmiddels de verschillende stijlen aan kan.

Als eerste werk stond de Messa di Gloria van Puccini op het programma. Op zich al een verrassing, een geestelijk werk van een componist die beroemd werd met zijn opera’s. Hij schreef de mis in 1880 op 22 jarige leeftijd, een jeugdwerk dus. Uit de partituur haal ik de informatie dat hij de mis schreef als een soort afstudeerscriptie en als een ode aan de familie Puccini (vandaar de nadruk op gloria?), die zich tot dan 4 generaties lang had gewijd aan de sacrale muziek. Ik vind het een meesterlijke ode en de operacomponist is er al helemaal in herkenbaar. Zo riepen de eerste openingsmaten herinnering bij me op aan de sfeer van de mansarde in La Bohème. Zijn melodievorming maar ook zijn manier van orkestreren, die zijn opera’s zo kenmerken, waren hier ook al volop aanwezig. Het koor moest soms fiks optornen tegen de storm van het vele koper. Ook zijn er veel dramatische accenten, die vooral worden bereikt door contrasterende modulaties, dynamische accenten en het rallentando. Toon de Graaf voelde dat aan als een volleerd operadirigent en het koor wist zijn opvatting ook meesterlijk te vertolken en te volgen. Mij vielen de prachtige dynamische contrasten op. Weer een reuze groeistap! Hier wordt samen gemusiceerd.

Het hoogtepunt van de mis is duidelijk het Gloria met zijn aanstekelijke melodie, een meezinger haast. Heel mooi vond ik de inzetten van het koor bij het Sanctus. De bas/bariton Julian Hartman beviel me zeer, ook in de kantate van Bach en de 5 Mystical Songs van Vaughan Williams; een mooie diepe, dragende stem met een mooi hoog register. Hij was ook goed te verstaan en zijn frasering is mooi. De tenorpartij in Puccini en Bach werd vertolkt door Robert Lutz, die inviel voor Marten Smeding. Een stem met een mooi middenregister, maar helaas weinig glans in de hoge noten.

Ik genoot weer volop van de magistrale diepgang en kracht van de muziek van Bach. De eerste tonen van Wachet auf, ruft uns die Stimme geven me dat kippevel, dat die muziek me zo vaak geeft. De mooie rustige, maar toch stuwende pas in het gepuncteerde ritme en de langgerekte noten van de sopranen op “der Wächter sehr hoch auf der Zinne”, terwijl de lagere stemmen daaronder snellere figuren maken. Opwindend gewoon. De enige vrouwelijke solist van de avond, de sopraan Frederike Schenk, mocht met Julian Hartman de beide aria’s zingen. Bij het “Wann kommst du, mein Heil?” viel de moeilijke, mooi gespeelde vioolsolo van de concertmeester op. Tegen de prachtige stem van Hartman stak de stem van Frederike Schenk wat dunnetjes af. Maar in de tweede aria genoot ik van de souplesse van haar stem.

De Mystical Songs van Vaughan Williams verrasten me, omdat ik aan de hand van het klavieruittreksel niet echt geboeid kon raken. Maar de mooie orkestratie doet wonderen. Een prachtige rol was toebedeeld aan de harp, die het ontwaken in het eerste lied “Easter” schitterend uitbeeldde. Deze liederen lagen Amicitia goed, want op alle fronten werd geschitterd. Mooi het aanzwellende “Rise heart” in het eerste lied, de prachtige zoemkoren, vooral in het derde lied “Love bade me welcome”. Ook was ronduit schitterend hoe het koor de rol van het orkest overnam in het 5de lied “Antiphon”. Wat kan voor een dergelijk geinspireerd zingend koor mooier zijn te zingen aan het slot van dit feestelijke jubileumconcert dan “Let all the world in every corner sing”? Wederom een heerlijke muzikale avond. Dank Amicitia!

Paul Steinhauser

Jubileumconcert Amicitia

50 jaar Amicitia, dat is een reden om groot uit te pakken. Wie het concert heeft bijgewoond kan met recht stellen dat er groot uitgepakt is. Voor de aanvang van het concert roemde burgemeester Groen het koor om de grote culturele waarde voor de gemeente Uithoorn. De Christelijke Oratoriumvereniging Amicitia voert ieder jaar een groot muzikaal werk uit met orkestbegeleiding. Ook voor dit concert dat in de Burcht werd uitgevoerd bestond veel publieke belangstelling. Om het jubileum luister bij te zetten werd Amicitia vereerd met een Koninklijke erepenning, overhandigd namens de Commissaris van de Koningin aan de voorzitter Henk van Dijkhuizen. Verrast toonde de voorzitter de penning aan publiek en koor en sprak een dankwoord uit voor deze bijzondere blijk van waardering. Bijna 80 leden repeteren elke maandag onder de bezielende leiding van Toon de Graaf, bijgestaan door repetitor en superbegeleider Eric Jan Joosse. Zij weten het koor te inspireren en, zo mochten wij 14 november ervaren, tot grote muzikale hoogten te brengen.

Op het programma stonden werken uit verschillende periodes. Het concert werd geopend met de Messa di Gloria van Puccini. Een werk dat qua muziekstijl veel weg heeft van een opera. Na het inleidende spel van de strijkers,die bij aanvang wat moeite hadden om tot één klank te komen, zette het koor in met het Kyrie, gevolgd door het feestelijke Gloria in excelsis Deo. Aan het eind van het Gloria kwamen in de fuga alle stemmen goed tot hun recht, de muziek ging a.h.w. over in een grote golvende beweging naar een climax. In het Credo was in de zachtere gedeeltes de samenklank goed, bij de luidere gedeeltes kwam in het orkest met name het koper nogal op de voorgrond, waardoor het koor moeite had hier bovenuit te komen. De tenor Robert Lutz -die op het laatste moment moest invallen- en basbariton Julian Hartman namen de solo’s voor hun rekening en zongen in het Credo afwisselend met het koor. Het Agnus Dei werd ook door deze solisten schitterend gezongen, het koor echode als het ware en na het Dona nobis pacem stierven de klanken langzaam weg. Het duurde even voordat het publiek durfde applaudisseren..

Na de pauze stond Cantate 140 “Wachet auf, ruft uns die Stimme” van J.S.Bach op het programma. Zoals in het begin de verschillende stemgroepen van het koor elkaar a.h.w. een beetje moesten opzoeken, zo evenwichtig werd het slotkoraal gezongen. In deze cantate had de sopraan Frederike Schenk een belangrijke rol. Samen met Julian Hartman soleerde zij in 2 duetten waarin zij met haar mooie stem technisch goed zong maar in de ruimte van de kerkzaal niet volledig tot haar recht kwam.

Het concert werd besloten met de Five Mystical Songs, teksten van de dichter George Herbert die in 1911 op muziek werden gezet door Vaughan Williams. Deze muziek ademde weer een geheel andere sfeer dan de voorafgaande werken. Het eerste gedicht “Easter werd heel dynamisch gezongen. Het koor en de bariton wisselden elkaar hierbij af. Bij het 2e gedicht viel het schitterende spel van de harp en de houtblazers bij de baritonsolo op. Bij deze hele gedichtencyclus was het orkest trouwens helemaal in vorm. Het leek nu de echte balans gevonden te hebben. De bariton ontroerde het publiek bij het 4e gedicht. Als je zulke muziek kunt schrijven moet je wel een gevoelsmens zijn. Het was een goede keus om het concert met dit werk van Vaughan Williams te besluiten. Met de antifoon: “Laat heel de wereld zingen” kwam het koor volledig tot zijn recht en maakte hiermee een jubelend slot.

50 jaar Amicitia ! In die tijd is heel wat gebeurd. Laten we hopen dat er nog veel mooie concerten volgen!

Guusta Mathlener